Unielijst van invasieve exoten

Deze pagina is bijgewerkt op 18 juli 2016.

Op 13 juli 2016 heeft de Europese Commissie de eerste Unielijst van invasieve exoten gepubliceerd. Deze lijst bevat 37 dier- en plantensoorten die vanaf 4 augustus 2016 niet meer in Europa mogen worden ingevoerd, verkocht, gefokt of gehouden. Niet door particulieren, niet door dierentuinen en niet door anderen. 

Nieuws over dit onderwerp: 31 mei 2017 (klik hier)

 

 

Wat is de Unielijst van invasieve exoten?

Begin 2015 is Verordening 1143/2014 inzake invasieve uitheemse soorten in werking getreden. In deze Verordening zijn verschillende regels opgenomen als doel te voorkomen dat exoten die zorgwekkend invasief zijn voor de EU in de natuur van de Lidstaten terechtkomen of daarin populaties vormen die zich verder uitbreiden.

Omdat de regels zijn opgenomen in een Verordening, gelden ze direct en hoeven ze niet te worden omgezet in nationale regelgeving. De regels die zijn opgenomen in de Verordening zijn van toepassing op dier- en plantensoorten die door de Europese Commissie worden opgenomen in de zogenaamde Unielijst.

Er zijn in de Verordening twee groepen regels te onderscheiden die gaan gelden voor alle soorten op de Unielijst.

  1. De eerste groep heeft betrekking op gehouden dier- en plantensoorten. Het is op basis van die regels verboden dieren en planten die zijn opgenomen op de Unielijst te houden, te fokken, te verkopen of in te voeren. Dit verbod geldt voor iedereen, voor particulieren, voor handelaren en voor dierentuinen en botanische tuinen.
  2. De tweede groep regels bestaat uit maatregelen die de lidstaten in de natuur moeten nemen. Binnen 18 maanden nadat de Unielijst is aangenomen, moeten de lidstaten een surveillancesysteem opzetten waarmee zij gegevens over op de Unielijst opgenomen soorten verzamelen en registreren. De lidstaten moeten daarna steeds direct aan de Europese Commissie melden als er een soort die op de Unielijst staat in hun land aanwezig is. Uiterlijk drie maanden nadat aan de Europese Commissie is gemeld dat een soort aanwezig is, moet de Lidstaat melden welke maatregelen genomen zullen worden. Deze maatregelen moeten  om de populatie van de betrokken soort volledig en permanent verwijderen. De lidstaten moeten de doeltreffendheid van de uitroeiing controleren. Als een soort die op de Unielijst staat al wijdverspreid is in een Lidstaat moeten er beheersmaatregelen worden vastgesteld die de gevolgen van de aanwezigheid van een soort tot een minimum moeten beperken. De beheersmaatregelen bestaan uit dodelijke of niet-dodelijke fysieke, chemische of biologische maatregelen om een populatie van een invasieve uitheemse soort uit te roeien, te beheersen of in te dammen.

De Unielijst van invasieve exoten

Op 13 juli 2016 heeft de Europese Commissie de eerste Unielijst van invasieve exoten gepubliceerd. Deze lijst bevat 37 dier- en plantensoorten die vanaf 4 augustus 2016 niet meer in Europa mogen worden ingevoerd, verkocht, gefokt of gehouden. Niet door particulieren, niet door dierentuinen en niet door anderen. Reden hiervoor is dat de Europese Commissie van mening is dat deze soorten, wanneer zij in de natuur terechtkomen, schadelijk kunnen zijn en dus ieder risico dat dit gebeurd moet worden voorkomen. 

Soorten die op de lijst staan zijn bijvoorbeeld de struikaster, de rode neusbeer, de wasbeer, de waterhyacint, de heilige ibis, verschillende soorten Amerikaanse rivierkreeften en de roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpad.

Het blijft niet bij 37 soorten. De lijst wordt nog veel verder worden uitgebreid. Inmiddels is een tweede lijst met daarop circa 25 plantensoorten opgesteld. Voor deze lijst wordt nu de stemming voorbereid. Dit betekent dat alle Lidstaten van de EU aangeven of ze de lijst wel of niet steunen. De stemmen tellen met een gekwalificeerde meerderheid, waarbij het stemgewicht van een Lidstaat gekoppeld is aan het inwoneraantal van de Lidstaat. Ook een derde lijst met soorten is inmiddels opgesteld. Deze soorten, opnieuw allemaal plantensoorten, zijn aangedragen door de European Plant Protection Organisation. Er zullen uit deze derde lijst met circa 35 soorten, 17 soorten gekozen worden om ook op te nemen op de Unielijst. En zo zal de Unielijst steeds verder worden uitgebreid.

Het is dus belangrijk om niet naar de Unielijst te kijken en te denken: gelukkig staat mijn soort er niet op. De verwachting is dat men meer dan 500 dier- en plantensoorten op de lijst wil plaatsen.

Overigens zijn wij van mening dat veel soorten niet voldoen aan de eisen die gelden om opgenomen te worden op de Unielijst. Veel soorten zijn exoot maar hebben geen ernstig negatieve invloed op de natuur als ze daarin terechtkomen.

Wij zijn niet de enigen die het niet eens zijn met de Unielijst. Op 16 december 2015 heeft het Europese Parlement een motie tegen deze lijst aangenomen. De motie is echter niet bindend en de Europese Commissie heeft de Unielijst toch doorgezet.

Overigens moet nog een kanttekening worden geplaatst bij het aanwijzen van soorten die staan opgenomen op de Unielijst. De Europese Commissie heeft niet zelf onderzoek gedaan of laten doen naar soorten die mogelijk in aanmerking zouden komen voor plaatsing op de lijst. Er is gebruik gemaakt van onderzoeken die al door andere organisaties zijn uitgevoerd. Sommige van deze organisaties onderzoeken soorten wereldwijd, andere organisaties werken alleen voor één bepaald land of één bepaald gebied. Dit heeft ertoe geleid dat soorten als exoot (alien) zijn aangewezen terwijl ze dat niet zijn volgens de definitie van de Verordening. 

 

Soorten op de eerste voorgestelde Unielijst

Terrestische planten

  • Kudzu (Pueraria montana var. lobata)
  • Moeraslantaarn (Lysichiton americanus)
  • Parthenium hysterophorus 
  • Persicaria perfoliata 
  • Perzische berenklauw (Heracleum persicum)
  • Sosnowsky’s berenklauw (Heracleum sosnowskyi)
  • Struikaster (Baccharis halimifolia)

Waterplanten

  • Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides)
  • Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides)
  • Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum)
  • Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major)
  • Waterhyacint (Eichhornia crassipes)
  • Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora)
  • Waterwaaier (Cabomba caroliniana)

Zoogdieren

  • Amerikaanse voseekhoorn (Sciurus niger)
  • Beverrat (Myocastor coypus)
  • Grijze eekhoorn (Sciurus carolinensis)
  • Indische mangoeste (Herpestes javanicus)
  • Muntjak (Muntiacus reevesi)
  • Pallas’ eekhoorn (Callosciurus erythraeus)
  • Rode neusbeer (Nasua nasua)
  • Siberische grondeekhoorn (Tamias sibiricus)
  • Wasbeer (Procyon lotor)

Vogels

  • Heilige ibis (Threskiornis aethiopicus)
  • Huiskraai (Corvus splendens)
  • Rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis)

Reptielen/ amfibieën

  • Amerikaanse brulkikker (Rana catesbeiana)
  • Trachemys scripta
  • Geelbuikschildpad (Trachemys scripta scripta)
  • Geelwangschildpad (Trachemys scripta troostii)
  • Roodwangschildpad (Trachemys scripta elegans)

Invertebraten

  • Aziatische hoornaar (Vespa velutina)

Zoetwater invertebraten

  • Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus)
  • Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis)
  • Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus virilis)
  • Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus limosus)
  • Marmerkreeft (Procambarus fallax f. virginalis.)
  • Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii)

Vissen

  • Amoergrondel (Percottus glenii)
  • Blauwband (Pseudorasbora parva)

De verboden

De op de Unielijst opgenomen soorten mogen niet opzettelijk:

  • op het grondgebied van de Unie worden binnengebracht, ook niet door middel van doorvoer onder douanetoezicht;
  • worden gehouden, ook niet in een gesloten omgeving;
  • worden gekweekt, ook niet in een gesloten omgeving;
  • naar, uit of binnen de Unie worden vervoerd, behalve om in het kader van uitroeiing naar voorzieningen te worden vervoerd;
  •  in de handel worden gebracht;
  • worden gebruikt of uitgewisseld;
  • worden toegestaan zich voort te planten, te worden gekweekt of geteeld, ook niet in een gesloten omgeving; of worden vrijgelaten in het milieu.

Dat aan de regels wordt voldaan moet op basis van de Verordening ook gecontroleerd worden. De Verordening schrijft voor dat uiterlijk op 2 januari 2016 de lidstaten over volledig functionerende structuren moeten beschikken om de officiële controles uit te voeren die nodig zijn om te voorkomen dat voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten opzettelijk in de Unie worden geïntroduceerd.

Overgangsregelingen

Alhoewel de verboden van de Verordening al gelden en meteen van toepassing zijn op de soorten die op de Unielijst worden geplaatst, zijn er wel overgangsregelingen. Het is belangrijk deze heel zorgvuldig te lezen want er zitten nogal wat voorwaarden aan vast.

Particuliere houders mogen na inwerkingtreding van de lijst de dieren die ze al hebben houden totdat ze een natuurlijke dood sterven, maar mogen niet meer fokken. Ook moeten ze aan strenge eisen voldoen om te voorkomen dat dieren ontsnappen en ze dus in een gesloten omgeving houden. Kan een particulier niet aan de eisen voldoen, dan worden de dieren weggehaald. Voor particulieren met planten die op de lijst staan is er geen overgangsregeling.

Commerciële houders mogen dieren en planten die zij al hebben nog twee jaar verkopen aan instellingen die een ontheffing krijgen voor onderzoek of behoud van de soort buiten hun natuurlijk leefgebied of voor geneeskundige activiteiten, mits de exemplaren in een gesloten omgeving gehouden en vervoerd worden en alle passende maatregelen zijn genomen om voortplanting of ontsnapping te voorkomen.

De verkoop of overdracht van levende dieren en planten aan niet-commerciële gebruikers is toegestaan tot één jaar nadat de soorten werden opgenomen op de Unielijst, mits de exemplaren in een gesloten omgeving gehouden en vervoerd worden en alle passende maatregelen zijn genomen om voortplanting of ontsnapping onmogelijk te maken.

Voor dierentuinen is er geen uitzondering in de Verordening opgenomen. Zij vallen onder het “niet-commerciële” regiem. Dit betekend kort gezegd een uitsterfbeleid. De Europese Commissie heeft aangegeven de soorten op de lijst echt niet meer in Europa te willen, ook niet in dierentuinen.

Wanneer is een soort invasief?

Er wordt snel gedacht dat een soort die exoot is en een populatie heeft gevormd die zichzelf in stand kan houden, daarmee meteen ook invasief is. Dit is echter afhankelijk van zijn invloed op het ecosysteem waarin hij zich vestigt en de wijze waarop dit ecosysteem zich kan aanpassen.

Het bewijs voor de negatieve invloed op ecosystemen is voor veel soorten op de Unielijst niet goed onderzocht of aangetoond. Of een ecosysteem zich aanpast wordt niet of nauwelijks afgewacht. Daarnaast wordt er vaak vooruit geredeneerd buiten het kader van wat realistisch is om te verwachten. Bijvoorbeeld dat een soort in de EU in gehouden omstandigheden aanwezig is en bij ontsnapping een zelfstandige populatie kan vormen gelet op het ecosysteem waarin hij terecht komt en dan daarin andere soorten zou kunnen gaan beïnvloeden.

Er wordt daarbij vaak voorbij gegaan aan het feit dat een soort al decennia lang wordt gehouden, redelijkerwijs niet te verwachten valt dat bij een ontsnapping voldoende dieren ontsnappen om een populatie te vormen en de negatieve invloed dan ook niet realistisch is.

Dit is dan de toepassing van het voorzorgsbeginsel ver buiten de criteria die zijn vastgesteld voor de toelaatbaarheid van dit beginsel. Als je toch zo ver redeneert, dan zou je geen enkel dier en geen enkele plant meer kunnen houden. Ook niet als ze inheems zijn want toevoeging van een overmatig aantal dieren van een bepaalde inheemse soort zal het evenwicht ook kunnen verstoren.

Criteria voor plaatsing op de Unielijst

Om op de Unielijst van invasieve exoten te kunnen worden opgenomen moeten soorten aan de bepaalde criteria voldoen. Deze zijn opgenomen in de Verordening.  Het was eigenlijk de bedoeling dat de wijze waarop bewezen moet worden dat aan de voorwaarden is voldaan, zouden worden uitgewerkt in een gedetailleerde onderzoeksbeschrijving, de zogenaamde delegated act. Deze delegated act moet door het Europese Parlement en de Europese Raad worden goedgekeurd, de lijst heeft geen expliciete toestemming van deze beide organen nodig. De delegated act is er echter nog steeds niet. Tot op heden  toetst de Europese Commissie globaal aan de criteria van de Verordening en stelt daarmee zonder nadere controle van Parlement en Raad de lijst vast. Dit is één van de grootste problemen met de Unielijst omdat nu met een zeer slechte onderbouwing soorten op de Unielijst kunnen worden opgenomen. De criteria van de Verordening zijn overigens de volgende:

 

  • de soort is uitheems op het grondgebied van de EU, met uitsluiting van de regio’s waar de dieren en planten op natuurlijke wijze kunnen komen.
  • de soort kan een leefbare populatie vormen.
  • de soort kan zich onder de huidige omstandigheden en voorzienbare omstandigheden als gevolg van klimaatsverandering in de omgeving verspreiden
  • het verspreiden moet kunnen in één bio-geografische regio die door meer dan twee lidstaten wordt gedeeld of in een groot kustgebied met uitsluiting van de regio’s waar de dieren en planten op natuurlijke wijze kunnen komen.
  • de soort heeft waarschijnlijk aanzienlijke nadelige gevolgen voor de biodiversiteit of aanverwante ecosysteemdiensten
  • het is waarschijnlijk dat de soort ook nadelige gevolgen kan hebben voor de menselijke gezondheid of economie
  • gecoördineerd optreden op Unieniveau is nodig om de introductie, vestiging of verspreiding van de soort te voorkomen
  • het is waarschijnlijk dat door het opnemen van de soort in de Unielijst de nadelige gevolgen daadwerkelijk worden voorkomen, tot een minimum beperken of matigen.

Voor veel soorten die op de eerste Unielijst staan is niet eens aan alle voorwaarden van de Verordening voldaan. Hierna een aantal voorbeelden:

Waterhyacint

De waterhyacint is een plant met een grote economische waarde en een grote waarde als sierwaterplant. De soort is op de lijst geplaatst omdat hij in gebieden met een subtropisch klimaat zich snel kan verspreiden. Dit is voor de EU echter alleen het geval in Spanje en Portugal, waar de plant niet wordt geïmporteerd. In het overgrote deel van Europa sterft de plant jaarlijks af, waardoor hij niet invasief kan worden. Bij de beoordeling van de soort is geen rekening gehouden met deze temperatuurgevoeligheid en het feit dat de soort nooit voor grote gebieden in de EU invasief kan worden. Voorts is het economisch belang dat de plant vertegenwoordigd niet meegewogen terwijl dit gelet op de eisen aan het onderzoek zoals weergegeven in de Verordening wel had gemoeten. 

Rode neusbeer

De Rode neusbeer komt voor in Cumbrië,een regio in het westen van het Verenigd Koninkrijk. De impact van de soort in dit gebeid is laag of onbekend. Duidelijk is dat de soort zich na ruim 10 jaar niet verder heeft verspreid. Ook is onaannemelijk dat de soort zichzelf voortplant. Er is mogelijk nog een populatie op de Balearen maar daarvan is ook geen duidelijk omschrijving te vinden/.

Er wordt bij deze soort dus helemaal niet voldaan aan de duidelijke voorwaarden van de Verordening. Dit is een voorbeeld van een soort waarbij niet vaststaat dat het onderzoek zorgvuldig is. Er ontbreekt hier een grondige beoordeling van het risico van introductie, vestiging en verspreiding in relevante biogeografische regio's. 

Indische mangoeste

Hetzelfde geldt voor de Indische mangoeste. Deze soort komt alleen in Kroatië op één schiereiland voor. Hij leeft daar sinds 1910 en heeft zich niet of nauwelijks verder verspreid. Er is dus niet voldaan aan de eisen die de Verordening stelt. De impact staat als hoog maar dat is volledig gebaseerd op situaties buiten Europa in geheel andere omstandigheden namelijk die waarin er geen sprake was van predatoren en waarbij de soort op eilanden aanwezig was, waar de impact altijd veel groter is. Er wordt geen enkel verband gelegd tussen de diersoort en de van hem uitgaande bedreiging binnen de EU.

Als problemen zo duidelijk regionaal zijn, zo klein binnen één afzonderlijke lidstaat, dan kan een algeheel verbod op alles op EU-niveau niet gerechtvaardigd worden. Een verbod voldoet niet aan het evenredigheidsbeginsel, het onderzoek niet aan het zorgvuldigheidsbeginsel en de eisen die op grond daarvan in artikel 4 van de Verordening zijn opgenomen.

Heilige ibis

Bij de Heilige ibis is het risico op introductie volledig verbonden aan een aantal ontsnappingen uit dierentuinen in de tweede helft van de 20ste eeuw. De dieren konden in een aantal gevallen vrij vliegen en hebben zich daardoor vanuit twee dierentuinen in Zuid-Frankrijk in het wild vestigen. Al zou de huidige populatie zorgwekkend invasief zijn, dan wordt niet voldaan aan het evenredigheidsbeginsel door alle handelingen met de soort te verbieden. De enige handeling die noodzakelijk is te verbieden is dierentuinen verbieden de vogels vrij te laten vliegen. Verplichten tot kortwieken of houden in grote volières is voldoende.

Invasief effect moet in meer dan één regio, niet verspreiden.

In de huidige voorschriften van de Verordening staat dat een soort zich moet kunnen verspreiden over het biogeografische grondgebied van meer dan twee lidstaten. Dit is eigenlijk geen goed criterium, omdat een soort niet overal een negatief invloed hoeft te hebben op de natuur, de menselijke gezondheid of de economie. Dit hangt van veel andere factoren af. Het zou veel beter zijn geweest te stellen dat de soort een invasief is in meer dan twee Lidstaten, dan zou ook het optreden op EU-niveau beter gerechtvaardigd worden.

Soorten voorgesteld voor de tweede Unielijst, d.d. 18/7/2016

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Veder (Californische) esdoorn 

Acer negundo

Zijdeplant

Asclepias syriaca

Mammoetblad

Gunnera manicata

Mammoetblad

Gunnera tinctoria

Reuzenbalsemien

Impatiens glandulifera

Vaste lupine

Lupinus polyphyllus

Lampenpoetsergras

Pennisetum setaceum

Microstegium

Microstegium vimineum

Reuzenberenklauw

Heracleum mante-gazzianum

Alligator weed

Alternanthera philoxeroides

Ongelijkbladig vederkruid

Myriophyllum heterophyllum

Smalle waterpest

Elodea nuttallii

Marterhond of wasbeer-hond

Nyctereutes procyonoides

Muskusrat of bisamrat

Ondatra zibethicus

American lobster

Homarus americanus

Zonnebaars

Lepomis gibbosus

Hemelboom

Ailanthus altissima

Canadese kornoelje

Cornus sericea

Boheemse duizendknoop

Fallopia x bohemica

Guldenroede

Solidago graminifolia

Viltige spirea

Spiraea tomentosa

Nijlgans

Alopochen aegyptiaca

Bizon

Bison bison

Zwarte Amerikaanse Dwergmeerval

Ameiurus melas

Derde lijst (voorstadium, nog niet vertaald), d.d. 18/7/2016

Engelse naam

Wetenschappelijke naam

 Siam weed

Chromolaena odorata

 Camphor tree

Cinnamomum camphora

 Sweet autumn clematis

Clematis terniflora

 Red osier dogwood

Cornus sericea

 Purple pampas grass

Cortaderia jubata

 Rubber vine

Cryptostegia grandiflora

 Large-flowered Waterweed

Egeria densa

 Perennial veldtgrass

Ehrharta calycina

 Fortune's spindle

Euonymus fortunei

 Japanese spindle

Euonymus japonicus

 Russian-vine

Fallopia baldschuanica

 Senegal tea plant

Gymnocoronis spilanthoides

 Needlebush

Hakea sericea

 Japanese hop

Humulus japonicus

 Esthwaite Waterweed

Hydrilla verticillata

 Indian waterweed

Hygrophila polysperma

 Chinese bush-clover

Lespedeza juncea sericea (= L. cuneata)

 Chinese privet

Ligustrum sinense

 Amur honeysuckle

Lonicera maackii

 Morrow's honeysuckle

Lonicera morrowii

 Japanese climbing fern

Lygodium japonicum

 Bermuda buttercup

Oxalis pes-caprae

 Water lettuce

Pistia stratiote

 Mesquite tree

Prosopis juliflora

 Formosan Cherry

Prunus campanulata

 Roseleaf bramble

Rubus rosifolius

 Giant salvinia

Salvinia molesta

 Chinese tallow

Triadica sebifera (Sapium sebiferum)

 Singapore daisy

Wedelia trilobata (= Sphagneticola trilobata)