Aviornis steunt EU LIFE+ project van Waldrappteam

Succesvolle herintroductie Noordelijke kaalkop ibis

De Noordelijke kaalkop ibis of Waldrapp ibis (Geronticus eremita) is een bijzondere ibis, niet in de minste plaats omdat de vogel door toedoen van mensen bijna was uitgestorven. Maar ze zijn ook bijzonder omdat zij dankzij mensen weer met een opmars bezig zijn. Een van de herintroductieprojecten, het EU LIFE+ project van Waldrappteam, is zo succesvol, dat Aviornis Nederland dit project graag wilde ondersteunen met een financiële bijdrage.

De kaalkopibis in Oostenrijk

De Noordelijke kaalkop ibis bewoont oorspronkelijk de bergachtige streken van centraal Europa, zuidelijk en oostelijk Europa en noordelijk Afrika. Van west naar oost strekt het leefgebied zich uit vanaf Spanje via Italië en de Alpen tot aan Griekenland, de Balkan en Hongarije. Van noord tot zuid strekt het gebied zich uit van Zuid Duitsland tot aan Marokko, Turkije en Syrië. Maar het is al lang geleden dat de vogel zo’n uitgebreid verspreidingsgebied had.

Om te foerageren maken de vogels gebruik van weides en akkerland, gecultiveerd gebied dus. Al lang geleden is de kaalkopibis een zogenoemde cultuurvolger geworden. Ze voeden zich voornamelijk met insecten, larven en wormen die in de grond leven, met hun lange gebogen snavel weten ze die te verzamelen. De vogels broeden op steile hellingen en kliffen met nissen, ter bescherming van het soms gure weer en mogelijke nestrovers. Zoals we ook weten van observaties in volières, accepteren de ibissen ook kunstmatige nestgelegenheid zoals open nestkisten. Historische referenties leren ons dat ook in het verleden al kunstmatige nestgelegenheden werden opgezocht, bijvoorbeeld op ruïnes. Het is helaas niet goed gegaan met deze relatie tussen mens en dier, want er werd steeds meer op de ibissen gejaagd en de populaties verloren terrein.

Kaalkopibissen zijn kolonievogels; tijdens het broedseizoen wordt een sterke band gesmeed tussen man en vrouw, maar het jaar nadien kunnen de vogels zomaar een andere partner kiezen. Beide vogels bouwen het nest, broeden op de doorgaans vier eieren en brengen de jongen groot. Na 42 tot 50 dagen kunnen de jongen vliegen. Ze volgen dan hun ouders tijdens het foerageren, maar niet veel later vormen ze groepen met andere jonge vogels en verwatert al snel het contact met de ouders.

In het najaar verlaten de vogels het broedgebied en trekken richting het zuiden, om de koude winters van de Alpen te ontvluchten. Voor de vogels ten noorden van de Alpen (regio Salzburg) betekent dit dat ze overwinteren in Italië, bijvoorbeeld in Toscane.

In conflict met mensen

Tot aan het eind van de vorige eeuw leefde er een kolonie van zo’n 100 kaalkopibissen in Birecik, Turkije. De groep is dankzij inspanningen van lokale autoriteiten gegroeid tot zo’n 150 dieren, maar aangezien deze kolonie aan de grens met Syrië is gevestigd, is het de toekomst zeer onzeker vanwege de huidige oorlog in deze grensstreek. Daarbij overwinteren deze vogels in Ethiopië, waar ze slachtoffer worden van de jacht door mensen. Tot enkele jaren geleden leefde er ook nog een kleine groep vogels in Syrië zelf, met het laatste broedresultaat in 2011 nabij Palmyra. Er waren vergevorderde plannen om op deze plaats dieren uit dierentuinen te herintroduceren, maar gezien de oorlog in deze regio heeft dit project geen doorgang gevonden. De laatste wilde vogels in Syrië zijn ondertussen verdwenen.

In Marokko vinden we een van de weinige oorspronkelijke populaties in Souss-Massa National Park, met ruim 440 exemplaren in 2013 waarvan er bijna 150 in het seizoen van 2013 uit het ei kropen. Het betreft hier een productieve kolonie die groeiende is. De Marokkaanse populatie overwintert voornamelijk in Westelijke Sahara en Mauritanië. Voor zover bekend is de dierentuinpopulatie afkomstig van Marokkaanse populatie, daarmee zijn dus ook de vogels bij Aviornis-leden van Marokkaanse oorsprong. En dit zijn dan ook de dieren die de basis vormen van de herintroductieprogramma’s. Wist je trouwens dat er momenteel ruim 2000 noordelijke kaalkopibissen in dierentuinen leven?

Een van de herintroductieprogramma’s vindt plaats in de Spaanse regio La Janda (ten westen van Gibraltar), waar zo’n 30 vogels zijn geherintroduceerd in de afgelopen jaren. Dit gebied is voor de ibissen geschikt om het hele jaar rond te leven. Aangezien de vogels hier nooit een trekroute hebben geleerd, is hier door de jaren heen een standvogelpopulatie ontstaan. In 2008 vond het eerste broedresultaat plaats sinds 500 jaar!

Waldrappteam: a reason for hope

Ook in Oostenrijk hebben tot in de 17e eeuw geleden kaalkopibissen gebroed in het Alpine landschap vol kliffen en alpenweides. Maar ze verdwenen volledig, door zowel jacht en het veranderende landschap. Hierdoor was de kaalkopibis niet alleen de meest bedreigde vogel van Europa geworden, maar ook de een van de zeldzaamste vogels in de wereld.

Samen met partners in Oostenrijk, Italië en Duitsland, is er een herintroductieproject gestart in het Alpine gebied ten noorden van de Oostenrijkse Alpen. De eerste aanzet voor dit project was in 2007. Johannes Fritz, bioloog aan de Universiteit van Wenen, richtte het Waldrappteam op. Van 2013 tot 2019 wordt het project ook financieel gesubsidieerd door de Europese Unie, in het kader van LIFE+  Biodiversity project.

Het herintroductieproject zou niet zo succesvol zijn, als er in Europese dierentuinen niet met de ibissen werd gekweekt. Sterker, alle nu in Europa levende kaalkopibissen, zijn afkomstig uit dierentuinen. Door Europese dierentuinen worden jaarlijks jonge dieren (nestjongen) beschikbaar gesteld om ze klaar te stomen voor een leven terug in de natuur. Deze jonge ibissen worden in Oostenrijk in beslotenheid met de hand groot gebracht in de plaatsen Seekirchen am Wallersee (Salzburg) en Überlingen.  Dit is niet het gebied waar de vogels uiteindelijk zullen broeden.

De ibissen in dit gebied zijn van oorsprong trekvogels, dus zullen de vogels moeten leren om een trekroute te vliegen. Jonge kaalkopibissen vliegen normaal gesproken tijdens de eerste najaarstrek mee met ervaren vogels die de weg kennen naar het overwinteringsgebied. Gek genoeg volgen ze hierbij bijna nooit hun eigen ouders, maar men weet niet waarom dit zo is. De genetische aanleg om trekgedrag te vertonen wordt versterkt door de aanmoediging van volwassen vogels in de kolonie. Zonder voorbeeld zwerven de vogels wel wat rond, maar vliegen ze niet naar het overwinteringsgebied in het zuiden.

De jonge met de hand grootgebrachte vogels wordt, zodra ze kunnen vliegen, geleerd om een microlight vliegtuig te volgen. Met deze vliegtuigjes worden oefenvluchten gemaakt, de vogels worden getraind om steeds langere afstanden te vliegen. De opfoklocaties zijn hiervoor uitermate geschikt, vanwege het glooiende karakter van de alpenweides.

De vogels wordt vervolgens geleerd om naar een overwinteringsgebied te vliegen door de vliegtuigjes te volgen. Zodra de herfst aanbreekt, in september, vliegt het Waldrappteam met de getrainde vogels naar zuidelijk Toscane (WWF reservaat Oasi Laguna di Orbetello). Het is inmiddels gebleken dat de vogels zeer snel zelfstandig hun voedsel vinden, eenmaal ze in Toscane zijn aangekomen. Dit verloopt zelfs zo voorspoedig, dat bijvoederen niet meer nodig blijkt te zijn.

En dan gebeurt er iets bijzonders in het proces van herintroductie: zodra de vogels geslachtsrijp zijn, vliegen zij begin april zonder hulp terug naar hun “geboortegrond”, namelijk tot op de opfokvolières in Oostenrijk (Seekirchen am Wallersee of Überlingen) waar de vogels kunstmatig werden grootgebracht en waar ze leerden de vliegtuigjes te volgen. Dit weiderijke heuvellandschap is echter geen geschikt broedgebied. De steile kliffen om te nestelen ontbreken hier en liggen een tiental kilometers zuidelijker, bij Burghausen en Kuchl. De uit Toscane terug gevlogen vogels worden daarom in een volière gelokt, gevangen en overgebracht naar een andere volière in Kuchl of Burghausen, direct tegen de steile kliffen aan. Hier zijn nestkasten geïnstalleerd, waar de vogels hun voor het eerst kunnen nestelen en hun jongen grootbrengen. De jongen vliegen eind mei uit. Na dit eerste broedseizoen in de volière, zijn de vogels vrij om uit te vliegen met hun jongen. De hier geboren jongen zullen onder leiding van volwassen vogels richting Toscane vliegen en later ook weer terugkeren in Burghausen of Kuchl.

Tot 2019 worden er jaarlijkse jonge vogels toegevoegd aan de kolonies in Kuchl en Burghausen. Het doel is om de totale populatie te laten groeien tot 120 dieren. Men verwacht dat populatie hierna zelfstandig verder zal groeien en uitzwerven over de regio. Tot 2019 worden er dus jaarlijks vogels uit dierentuinen grootgebracht en naar Toscane gevlogen met behulp van de microlight vliegtuigjes.

Het lijkt erop, dat de opzet van het project nu al is geslaagd, gezien de succesvolle groei die de populatie doormaakt. En ondertussen is de 2e generatie jongen in Burghausen op de klif uit het ei gekropen.

Maar de belangrijkste belemmering voor verder succes, kwam in 2012 uit onverwachte hoek: illegale jacht in Toscane. Een aantal ibissen werd neergeschoten. De jagers hadden de vogels verward met… aalscholvers! Kortgezegd betekent dit dat ook in Italië het project extra ondersteuning nodig heeft, te beginnen met educatie en handhaving.

Ondanks de Europese subsidies, is er jaarlijks sponsoring nodig om alle kosten te kunnen dekken van dit arbeidsintensieve project. De financiële middelen worden ingezet om dierverzorgers te betalen,  volières te onderhouden, technische middelen aan te schaffen en onderhouden etc.

Aviornis International Nederland heeft dit project gesteund met een bedrag van €1000. Bestuurslid Jan Harteman overhandigde in juli 2015 een cheque aan Johannes Fritz en het Waldrappteam. Met dit bedrag werden symbolisch twee kaalkopibissen geadopteerd. Een van de vogels is geboren in Wildpark Rosegg en een vogel is geboren in de wilde kolonie van Burghausen. Gobi, de vogel geboren in Rosegg, is na een succesvolle opfokperiode in Seekirchen am Wallersee, inmiddels met het Waldrappteam naar Toscane gevlogen om daar te overwinteren.

Aviornis Nederland is verheugd dat zij haar steentje heeft kunnen bijdragen aan dit mooie project.


Project LIFE+ Waldrappteam Flight Training 2015.
 
Demovideo LIFE+ Northern Bald Ibis Project Reason for Hope
 
De overhandigde cheque



Foto's boven © Waldrappteam




Foto's boven © v. Haare/ Harteman

Waldrappteam

Coördinator: Johannes Fritz
jfritz@waldrapp.eu  
www.waldrapp.eu
www.facebook.com/Waldrappteam