Vogel
Roodkeelbaardvogel
Roodkeelbaardvogel
Psilopogon rubricapillus
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodkeelbaardvogel behoort tot het geslacht Psilopogon binnen de familie van Baardvogels (Megalaimidae).
Deze kleine, gedrongen vogel met felgroen verenkleed, een kenmerkende rode keel en blauwe zijkop is endemisch in Sri Lanka, waar hij vooral leeft in tropische, vochtige laaglandbossen tot 1.300 meter hoogte. Hij voedt zich hoofdzakelijk met fruit, maar eet ook insecten en nestelt in holtes in bomen, waar het vrouwtje 2 tot 4 eieren legt. Door zijn voorliefde voor rijp fruit speelt hij een belangrijke rol bij de verspreiding van zaden in zijn leefgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Aziatische baardvogels (Megalaimidae)
- Bird Genus
- Psilopogon
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een opvallend helderrode kruin die sterk contrasteert met de groene nek. Zijn rug en vleugels zijn overwegend groen met een lichte glans, terwijl de borst een gele tint vertoont. De buik is lichter groen met subtiele gele vlekken. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring. De poten zijn grijs met een gladde textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder felle rode kruin, die meer naar oranje neigt. Haar nek en rug zijn doffer groen, zonder de glans die bij de man te zien is. De borst is lichtgeel, met een zachte overgang naar de groenige buik. De snavel is iets slanker en lichter van kleur dan die van de man. De iris is bruin, met een nauwelijks zichtbare oogring. De poten zijn grijs, maar iets donkerder dan die van de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend groen verenkleed met een matte uitstraling. De kruin is vaag roodachtig, maar minder uitgesproken dan bij volwassen vogels. De borst en buik zijn lichtgroen met een gele zweem. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak met een grijze tint. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, grijsgroene veren. Hun snavel is kort en bleekgrijs.