Vogel
Witrugbaardvogel
Witrugbaardvogel
Capito hypoleucus
Log in om deze soort toe te voegenDe Witrugbaardvogel behoort tot het geslacht Capito binnen de familie van Baardvogels (Capitonidae).
Deze middelgrote, kleurrijke vogel komt uitsluitend voor in noordwestelijk Colombia, waar hij leeft in vochtige tropische laagland- en bergwouden tussen 300 en 1800 meter hoogte. Hij voedt zich vooral met vruchten en leeft meestal in paren of kleine familieverbanden. Door zijn roep communiceert hij binnen zijn territorium en nestelt in boomholtes.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Amerikaanse baardvogels (Capitonidae)
- Bird Genus
- Capito
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een opvallend helder rood voorhoofd en kruin, die sterk contrasteren met de zwarte nek. De rug is zwart met een subtiele groene glans, terwijl de vleugels donkerder zijn met lichte randen. De borst is helder wit, scherp afgebakend van de zwarte flanken. De buik is eveneens wit, maar met een lichte grijze tint naar de onderbuik toe. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs, met een gladde textuur en stevige klauwen.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder felgekleurde kop, met een meer oranje dan rode tint op het voorhoofd. De nek is donkergrijs, wat minder contrasterend is met de rug dan bij de man. De vleugels zijn donker met een bruine gloed en lichtere randen. De borst is wit, maar met een vage grijze waas, die doorloopt naar de flanken. De buik is wit, met een subtiele beige tint. De snavel is iets lichter dan die van de man, met een grijze basis. De poten zijn grijs, met een iets ruwere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed, met een bruinachtige tint op de kop en nek. De rug is donkerbruin, met een lichte groene glans die minder uitgesproken is dan bij volwassenen. De vleugels zijn donker met vaag afgetekende lichte randen. De borst en buik zijn vuilwit, met een onregelmatige grijze vlekkenpatroon. De snavel is lichter grijs, met een minder uitgesproken kromming. De poten zijn lichtgrijs, met een zachte textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons, zonder duidelijke tekening. De snavel is kort en lichtgrijs, met een zachte structuur.