Vogel
Australische trap
Australische trap
Ardeotis australis
Log in om deze soort toe te voegenDe Australische trap behoort tot het geslacht Ardeotis binnen de familie van Trappen (Otididae).
Deze vogel is een grote, grondwonende soort die voorkomt in grasslanden, open bossen en landbouwgebieden over het Australische continent. Het dier prefereert open gebieden met weinig bomen en is ook te vinden in spinifexvlakten en lage struikgebieden. Na branden kan het tijdelijk in dichtere vegetatie terecht komen. Het is een nomadische vogel die zich voedt met grasshoppers en andere insecten tijdens plaaguitbraken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trappen (Otidiformes)
- Bird Family
- Trappen (Otididae)
- Bird Genus
- Ardeotis
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Trappen
Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
- Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
- Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
- Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een overwegend grijsbruine tint. De kop is lichtgrijs met een donkere streep boven de ogen. De nek is lang en slank, met een lichtere onderzijde. De borst is donkerder, met een subtiele glans die contrasteert met de matte buik. De vleugels zijn breed met een mix van donkere en lichte veren, vaak met een versleten rand. De snavel is stevig en lichtgrijs, met een subtiele kromming. De poten zijn lang en grijsachtig, met een ruwe textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrastrijk verenkleed dan de man, met een meer uniforme bruine tint. De kop is iets donkerder, met een minder uitgesproken streep boven de ogen. De nek is korter en dikker, met een gelijkmatige bruine kleur. De borst en buik zijn egaal van kleur, zonder opvallende glans. De vleugels hebben een subtiele bandering, met minder versleten randen. De snavel is slanker en iets lichter van kleur. De poten zijn korter en hebben een gladde structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijsbruine kleur. De kop is minder duidelijk gestreept, met een vage donkere lijn. De nek is kort en dik, met een uniforme bruine tint. De borst en buik zijn lichtbruin, zonder glans of contrast. De vleugels zijn smaller, met een onopvallende bandering en versleten randen. De snavel is kort en lichtgrijs, met een rechte vorm. De poten zijn dun en grijs, met een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed met een uniforme kleur. De snavel is kort en geelachtig.