Vogel
Indische trap
Indische trap
Ardeotis nigriceps
Log in om deze soort toe te voegenDe Indische trap behoort tot het geslacht Ardeotis binnen de familie van Trappen (Otididae).
Deze grote, ernstig bedreigde vogel leeft vooral in droge graslanden, halfwoestijnen en licht beboste gebieden in westelijk en centraal India, met een laatste sterke populatie in Rajasthan. Hij mijdt ge�rrigeerde landbouwgebieden en voedt zich omnivoor met insecten, zaden, bessen en kleine gewervelden. Mannetjes leven solitair in het broedseizoen, terwijl ze in de winter kleine groepen kunnen vormen. De soort legt ��n ei op de grond, waar alleen het vrouwtje broedzorg verleent. Door habitatvernietiging en verstoring is de populatie sterk afgenomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trappen (Otidiformes)
- Bird Family
- Trappen (Otididae)
- Bird Genus
- Ardeotis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trappen
Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
- Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
- Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
- Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop. De nek is grijsbruin met een lichte glans, die overgaat in een witte borst. De buik is overwegend wit met enkele donkere vlekken. Vleugels zijn bruin met witte randen en zwarte uiteinden. De dekveren zijn donkerbruin met lichte zomen, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is stevig en geelachtig met een donkere punt. Poten zijn lang en grijs met een gladde structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrastrijk verenkleed met overwegend bruine tinten. De kop is lichtbruin met een subtiele donkere streep boven de ogen. De nek is egaal bruin zonder glans, wat doorloopt naar de borst. De buik is lichtbruin met een vage bandering. Vleugels zijn bruin met lichtere uiteinden en subtiele vlekken. De snavel is slanker en lichter van kleur dan die van de man. Poten zijn grijsbruin met een iets ruwere textuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een mix van bruine en grijze tinten. De kop is vaalbruin met een onopvallende streep boven de ogen. De nek is lichtbruin zonder duidelijke glans, overgaand in een gevlekte borst. De buik is lichtbruin met onregelmatige donkere vlekken. Vleugels zijn grijsbruin met lichte randen en een versleten uiterlijk. De snavel is korter en bleker dan bij volwassenen. Poten zijn lichtgrijs met een gladde structuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. De poten zijn kort en lichtgrijs van kleur.