Witvleugelkievit

Hoploxypterus cayanus

Log in om deze soort toe te voegen

De Witvleugelkievit (synoniem: Cayenne kievit) behoort tot het geslacht Hoploxypterus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).

Deze vogel is een karakteristieke soort in het noorden van Zuid-Amerika, voorkomend in Brazili�, Bolivia, Paraguay, Peru, Colombia, Ecuador, Venezuela, Guyana, Suriname en Frans-Guyana. Het leeft in de buurt van meren en rivieren op zand- en modderige oevers. Het is een relatief stil vogeltje dat weinig roept, met een typische kreetgeluid. Het gedrag varieert naargelang het seizoen, met soms veranderingen in habitat.

Witvleugelkievit
Pied Plover
Cayennekiebitz
Vanneau de Cayenne

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Kieviten en plevieren (Charadriidae)
Bird Genus
Hoploxypterus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Plevieren en Kieviten

Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
  • Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
  • Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Huisvestingsrichtlijnen Kluten en steltkluten

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop. De nek en borst zijn helderwit, wat sterk contrasteert met de donkere vleugels. De vleugels hebben een kenmerkende witte band die zichtbaar is tijdens de vlucht. De rug en staart zijn donkergrijs met een subtiele glans. De snavel is slank en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn lang en grijs, met een fijne schubbenstructuur. De ogen zijn donkerbruin met een smalle, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar patroon als de man, maar met minder glans op de kop. De borst en buik zijn iets doffer wit, met een lichte grijze waas. De vleugels zijn donker met een minder uitgesproken witte band. De rug is donkergrijs, maar mist de glans die bij de man aanwezig is. De snavel is iets korter en minder gebogen dan die van de man. De poten zijn grijs, maar iets lichter van tint. De ogen zijn donkerbruin, met een iets bredere oogring dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met lichtere vlekken op de vleugels. De kop is dofbruin met een vage witte streep boven de ogen. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatige vlekkenpatroon. De vleugels zijn donkerbruin met een minder duidelijke witte band. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak met een roze tint. De poten zijn bleekgrijs en minder robuust dan bij volwassenen. De ogen zijn donker met een brede, lichte oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat overwegend lichtbruin is. De snavel en poten zijn bleekroze en nog niet volledig ontwikkeld.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 193