Malabarenneushoornvogel

Anthracoceros coronatus

Log in om deze soort toe te voegen

De Malabarenneushoornvogel behoort tot het geslacht Anthracoceros binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).

Deze vogel leeft vooral in de vochtige, laaggelegen bossen van India, Sri Lanka en de Western Ghats. Hij nestelt in oude boomholtes en voedt zich met vruchten en kleine dieren. Dit territoriale en opvallende dier vertoont sociale gedragingen en speelt een belangrijke rol in het ecosysteem door zaden te verspreiden.

Malabarenneushoornvogel
Malabar Pied-Hornbill
Malabarhornvogel
Calao de Malabar

Taxonomische indeling

Bird Order
Neushoornvogels (Bucerotiformes)
Bird Family
Neushoornvogels (Bucerotidae)
Bird Genus
Anthracoceros

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Neushoornvogels

Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
  • Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
  • Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen neushoornvogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek met een lichte metaalachtige glans. De borst en buik zijn overwegend wit, wat een sterk contrast vormt met de donkere vleugels. De vleugels zijn diepzwart met een subtiele blauwe glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De staart is zwart met een witte band aan de basis, wat een opvallend kenmerk is. De snavel is groot en ivoorkleurig met een prominente zwarte helm. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de kop. De borst en buik zijn eveneens wit, maar de overgang naar de donkere vleugels is minder scherp. De vleugels zijn matzwart zonder de blauwe glans die bij de man te zien is. De staart heeft dezelfde witte band, maar de snavel is kleiner en minder prominent. De snavel is ivoorkleurig met een kleinere zwarte helm. De poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is donkerbruin, met een subtiele oogring die nauwelijks opvalt.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer bruinachtige tint op de kop en nek. De borst en buik zijn vuilwit, met een minder scherp contrast met de vleugels. De vleugels zijn donkerbruin met een matte afwerking, zonder de glans van volwassen vogels. De staart heeft een onduidelijke witte band, die minder uitgesproken is. De snavel is kleiner en grijsachtig, zonder de kenmerkende helm. De poten zijn lichter grijs en minder robuust. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsachtig dons. De snavel is klein en lichtgrijs van kleur.