Vogel
Witkeelbijeneter
Witkeelbijeneter
Merops albicollis
Log in om deze soort toe te voegenDe Witkeelbijeneter behoort tot het geslacht Merops binnen de familie van Bijeneters (Meropidae).
Deze kleurrijke vogel leeft in droge, zanderige gebieden langs de zuidelijke rand van de Sahara en migreert in de winter naar de vochtige equatoriale regenwouden van Afrika. Hij voedt zich vooral met vliegende insecten die hij behendig uit de lucht vangt en leeft kolonies waarbij meerdere vogels helpen bij de verzorging van de jongen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- Bijeneters (Meropidae)
- Bird Genus
- Merops
Ringmaat
Man 3.5 mm Vrouw 3.5 mmWelzijnsadviezen
Bijeneters
Bijeneters zijn kleurrijke, insectenetende vogels die vooral voorkomen in warme, open landschappen. Ze zijn zeer actief vliegers en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime volières met voldoende vlieg- en nestgelegenheid, veel zonlicht en droogte. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–20 m² per koppel, ≥ 3 m hoog) met zand- of leembodem voor nestgangen of kunstmatige nesttunnels; enkele zitstokken op verschillende hoogten.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bescherming tegen wind en regen; in koude periodes verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte en nestgelegenheid; tijdens broed voldoende afstand tussen nestgangen.
- Voeding: insectenrijk dieet (bijen, krekels, libellen, sprinkhanen); aanvullen met meelwormen, wasmotlarven, zacht insectenvoer en supplementen; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: volière met natuurlijke zonlichttoegang; droge omstandigheden essentieel; zandwanden of nestbuizen bevorderen broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend helderblauw verenkleed met een glanzende uitstraling. De kop is voorzien van een contrasterende witte keelvlek. De vleugels zijn donkerder met een groene tint en hebben een lichte rand. De staart is lang en puntig, met een zwarte eindband. De snavel is zwart en licht gebogen, ideaal voor het vangen van insecten. De poten zijn donkergrijs en slank, wat bijdraagt aan een sierlijk uiterlijk. De iris is donkerbruin, omgeven door een subtiele blauwe oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar blauw verenkleed, maar met een iets doffere glans. De witte keelvlek is minder uitgesproken dan bij de man. De vleugels vertonen een mix van blauw en groen, met een subtiele donkere rand. De staart is korter en minder puntig, met een vaagere zwarte eindband. De snavel is eveneens zwart, maar iets korter en minder gebogen. De poten zijn donkergrijs, maar iets robuuster dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een minder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer blauw verenkleed met een matte uitstraling. De keelvlek is vaag en minder contrasterend. De vleugels zijn overwegend groen met een lichte blauwe tint. De staart is kort en mist de duidelijke zwarte eindband. De snavel is zwart, maar korter en rechter dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en minder slank. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is kort en geelachtig van kleur.