Vogel
Tijgervink
Tijgervink
Amandava amandava
Log in om deze soort toe te voegenDe Tijgervink behoort tot het geslacht Amandava binnen de familie van Prachtvinken (Estrildidae).
Deze kleine vogel is te vinden in grasrijke gebieden zoals weiden, suikerrietvelden en rietzones nabij water in tropisch Azi�. Ze leven sociaal in groepen buiten het broedseizoen en vormen paren tijdens het broedseizoen. Ze voeren voornamelijk zaden, maar nemen ook insecten zoals termieten. Hun vlucht is snel, en ze zoeken vaak dekking in graspluimen. Nestbouw gebeurt met gras, waarbij beide ouders meehelpen met het verzorgen van het nest en de jongen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Prachtvinken (Estrildidae)
- Bird Genus
- Amandava
Ringmaat
Man 2.3 mm Vrouw 2.3 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een felrood verenkleed met een glanzende uitstraling. De kop en borst zijn intens rood, terwijl de buik een iets lichtere tint heeft. De vleugels zijn donkerbruin met witte stippen, die een opvallend contrast vormen. De staart is zwart met een rode onderzijde, wat een scherp contrast biedt. De snavel is kegelvormig en diep rood van kleur. De poten zijn lichtroze en glad van structuur. De ogen hebben een donkere iris met een subtiele rode oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend bruin verenkleed met een matte afwerking. De kop en nek zijn lichtbruin, terwijl de borst en buik een warmere tint hebben. De vleugels zijn donkerbruin met subtiele witte stippen, minder opvallend dan bij de man. De staart is donkerbruin met een lichtere onderzijde. De snavel is kegelvormig en oranje van kleur. De poten zijn lichtbruin en hebben een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn lichtbruin, terwijl de borst en buik een iets lichtere tint hebben. De vleugels zijn donkerbruin met zeer subtiele witte stippen. De staart is donkerbruin zonder opvallende onderzijde. De snavel is kegelvormig en lichtoranje van kleur. De poten zijn lichtbruin en hebben een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed zonder opvallende markeringen. De snavel is klein en lichtoranje van kleur.