Edelzanger

Crithagra leucopygia

Log in om deze soort toe te voegen

De Edelzanger behoort tot het geslacht Crithagra binnen de familie van Vinkachtigen (Fringillidae).

De grijze zanger, ook wel witrugsijsje genoemd, is een fraaie kleine vogel die in Centraal-Afrika voorkomt van Senegal in het westen tot aan Soedan in het oosten. Deze vogels leven in droge savannes en semi-woestijngebieden met verspreide struiken en grasland, met name in de Sahel-zone waar zeer weinig regen valt. Ze voeden zich vooral op de grond en op hogere planten, met voorkeur voor verschillende soorten gierst. Deze vogels zijn meestal in paren of kleine groepjes actief en vertonen vooral overdag activiteit met piekactiviteit in de ochtend en late namiddag. Ze broeden aan het einde van het regenseizoen, waarbij het zingen van de mannetjes een belangrijk teken is voor het begin van de voortplanting.

Edelzanger
White-rumped Seedeater
Witstuitkanarie.
Serin � croupion blanc

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Vinkachtigen (Fringillidae)
Bird Genus
Crithagra

Ringmaat

Man 2.3 mm Vrouw 2.3 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een overwegend olijfgroen verenkleed met een lichte, geelachtige onderzijde. De kop is donkerder met een subtiele grijze tint, die contrasteert met de heldere gele wenkbrauwstreep. De vleugels en staart zijn donkerder met lichte randen, wat een versleten uiterlijk kan geven. De snavel is kegelvormig en grijsachtig met een lichtere basis. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring. In de broedtijd kan de kleurintensiteit van het verenkleed toenemen.

Vrouw:
De vrouw heeft een doffer verenkleed met meer bruine tinten dan de man. De onderzijde is lichter, met een subtiele geelachtige gloed. De kop is minder contrastrijk, met een vaag zichtbare wenkbrauwstreep. De vleugels en staart zijn bruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De snavel is kleiner en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn grijsbruin en hebben een fijne structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een lichtere, gestreepte onderzijde. De kop is minder uitgesproken, met een vage wenkbrauwstreep. De vleugels en staart zijn bruin met lichtere randen, wat een versleten uiterlijk geeft. De snavel is kleiner en lichter van kleur dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer volwassen kleuring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is klein en lichtgekleurd.