Trompetzwaan

Cygnus buccinator

Log in om deze soort toe te voegen

De Trompetzwaan (Synoniem: Trompet zwaan) behoort tot het geslacht Cygnus binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze grootste inheemse watervogel van Noord-Amerika leeft voornamelijk in ongerepte wetlands, ondiepe meren en langzaam stromende rivieren in Alaska, Canada en noordelijke delen van de Verenigde Staten. Ze broeden nabij water met voldoende ruimte om op te stijgen en nestelen vaak in rietlanden. Hun dieet bestaat uit waterplanten en ze vertonen territoriaal broedgedrag, waarbij koppels meestal levenslang samenblijven. In de winter zijn ze te vinden op ijsvrije wateren en soms in landbouwgebieden.

Trompetzwaan
Trumpeter Swan
Trompeterschwan
Cygne trompette

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Cygnus

Ringmaat

Man 27.0 mm Vrouw 27.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje is de grootste Noord-Amerikaanse watervogel, met een volledig wit verenkleed. De kop en hals zijn langgerekt, de snavel is geheel zwart en loopt recht door in het voorhoofd zonder gele vlekken (anders dan bij C. cygnus). De poten zijn zwart en de iris donkerbruin. Het silhouet toont een rechte nek en een lange, wigvormige snavel. Tijdens de roep maakt hij een karakteristieke trompetachtige klank.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en lichter van bouw. Snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer van verenkleed, vaak met een bruingrijze nek en kop en een vuilwitte buik. Naarmate ze ouder worden, verkleuren ze naar wit. De snavel is grijsroze met een zwarte punt, de poten zijn vleeskleurig tot grijs, en de iris is donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donsachtig grijs aan de bovenzijde en lichter grijswit aan de onderzijde. De snavel is klein en grijzer roze, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 243
  • Tijdschrift 164