Arabische trap

Ardeotis arabs

Log in om deze soort toe te voegen

De Arabische trap behoort tot het geslacht Ardeotis binnen de familie van Trappen (Otididae).

Deze grote, terreinminnende vogel komt voor in open graslanden en savannes van de Sahel-regio in Afrika en het zuidwesten van het Arabisch schiereiland. Hij leeft in halfwoestijnen en lichte bossages, voedt zich met zaden, insecten en kleine dieren, en is bekend om zijn schuwe gedrag en regenafhankelijke migraties. Door habitatverlies en jacht neemt de populatie sterk af.

Arabische trap
Arabian Bustard
Arabientrappe
Outarde arabe

Taxonomische indeling

Bird Order
Trappen (Otidiformes)
Bird Family
Trappen (Otididae)
Bird Genus
Ardeotis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Trappen

Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
  • Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
  • Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
  • Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
  • Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een overwegend zandkleurige bovenzijde en donkere strepen. De kop is lichtgrijs met een contrasterende zwarte kruin en witte wenkbrauwstreep. De nek is lang en slank, met een grijsachtige tint die naar de borst toe donkerder wordt. De borst is lichtbruin met fijne, donkere vlekken die naar de buik toe vervagen. De vleugels zijn breed met een mengeling van bruine en witte veren, waarbij de dekveren een lichte rand hebben. De snavel is stevig en geelachtig met een donkere punt. De poten zijn lang en grijsachtig, met een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterend verenkleed dan de man, met een meer uniforme zandkleur. De kop is subtieler getekend, met een minder uitgesproken zwarte kruin en wenkbrauwstreep. De nek is korter en heeft een egalere bruine tint zonder duidelijke overgangen. De borst en buik zijn lichtbruin met een fijnere vlekkenpatroon dan bij de man. De vleugels zijn smaller met een minder opvallend kleurcontrast tussen de veren. De snavel is slanker en lichter van kleur, zonder donkere punt. De poten zijn dunner en hebben een lichtere grijstint.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruine bovenzijde en minder uitgesproken strepen. De kop is minder contrastrijk, met een vaag gemarkeerde kruin en wenkbrauwstreep. De nek is kort en dik, met een uniforme bruine kleur zonder duidelijke schakeringen. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatig vlekkenpatroon dat minder duidelijk is. De vleugels zijn korter en ronder, met een minder opvallend kleurcontrast. De snavel is korter en bleker, met een uniforme kleur. De poten zijn korter en hebben een lichtere, bijna gelige tint.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat overwegend lichtbruin is. De poten zijn kort en geelachtig, met een delicate structuur.