Blyths jaarvogel

Rhyticeros subruficollis

Log in om deze soort toe te voegen

De Blyths jaarvogel (synoniem: Kleine jaarvogel) behoort tot het geslacht Rhyticeros binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).

Deze neushoornvogel komt voor in bosrijke gebieden van zuidoostelijk Myanmar, westelijk Thailand en het noorden van het schiereiland Maleisi�, tot op ongeveer 1000 meter hoogte. Hij leeft in vochtige en droge bossen, vaak in groepen die gezamenlijk slapen. Het dier voedt zich met vruchten en insecten en is kwetsbaar door verlies van leefgebied en jacht.

Blyths jaarvogel
Plain-pouched Hornbill
Tenasserimhornvogel
Calao � gorge claire

Taxonomische indeling

Bird Order
Neushoornvogels (Bucerotiformes)
Bird Family
Neushoornvogels (Bucerotidae)
Bird Genus
Rhyticeros

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Neushoornvogels

Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
  • Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
  • Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen neushoornvogels

Man:
De man heeft een opvallend zwart verenkleed met een groene glans op de vleugels. De kop en nek zijn kastanjebruin, wat contrasteert met de zwarte borst. De snavel is groot en ivoorkleurig met een lichte kromming. Rond de ogen bevindt zich een blauwe naakte huid, die de donkere iris accentueert. De staartveren zijn zwart met een subtiele witte bandering aan de uiteinden. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn lichter bruin dan de rest van het lichaam. De snavel is kleiner en minder gebogen dan die van de man, met een gelige tint. De naakte huid rond de ogen is minder uitgesproken blauw. De borst en buik hebben een iets lichtere tint dan de vleugels. De poten zijn donkergrijs en slanker dan die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een mengeling van bruin en zwart. De kop en nek zijn minder duidelijk afgebakend in kleur dan bij volwassenen. De snavel is kleiner en heeft een grijsachtige tint zonder duidelijke kromming. De naakte huid rond de ogen is vaag blauw en minder opvallend. De borst en buik zijn egaal bruin zonder duidelijke contrasten. De poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is kort en lichtgeel van kleur.