Himalayajaarvogel

Aceros nipalensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Himalayajaarvogel (synoniem: Nepalese neushoornvogel) behoort tot het geslacht Aceros binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).

Deze opvallende neushoornvogel leeft in de loofbossen en gemengde bossen van heuvelachtige gebieden in Noordoost-India en Zuidoost-Azi�, op hoogtes van 150 tot 2200 meter. Hij voedt zich hoofdzakelijk met vruchten en verplaatst zich seizoensgebonden tussen bossen om voedsel te zoeken. Het broedseizoen loopt van maart tot juni, waarbij hij broedt in grote, oude bomen.

Himalayajaarvogel
Rufous-necked Hornbill
Nepalhornvogel
Calao � cou roux

Taxonomische indeling

Bird Order
Neushoornvogels (Bucerotiformes)
Bird Family
Neushoornvogels (Bucerotidae)
Bird Genus
Aceros

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Neushoornvogels

Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
  • Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
  • Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen neushoornvogels

Man:
De man heeft een opvallend glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn kastanjebruin, wat contrasteert met de rest van het lichaam. De borst en buik zijn donkerder met een subtiele blauwe tint. De vleugels hebben brede, zwarte randen die een versleten uiterlijk kunnen krijgen. De snavel is groot en geel met een lichte kromming en een zwarte basis. De naakte huid rond de ogen is blauw, wat de gele iris accentueert. De poten zijn grijs met een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een meer matte afwerking. Haar kop en nek zijn donkerbruin, wat een zachter contrast biedt met de rest van het lichaam. De borst en buik zijn grijsbruin met een lichte bandering. De vleugels hebben minder uitgesproken randen en zijn overwegend donkerbruin. De snavel is kleiner en lichter van kleur, met een subtiele kromming. De naakte huid rond de ogen is minder felblauw, met een gelige iris. De poten zijn donkergrijs en slanker dan die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruinachtige tint. De kop en nek zijn lichter bruin, zonder de glans van volwassen vogels. De borst en buik zijn vaalbruin met een onopvallende bandering. De vleugels zijn egaal bruin zonder duidelijke randen. De snavel is kleiner en bleker, met een rechte vorm. De naakte huid rond de ogen is grijsachtig, met een donkere iris. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag. Hun snavel is kort en bleekgeel van kleur.