Vogel
Kaneelborstbaardvogel
Kaneelborstbaardvogel
Capito brunneipectus
Log in om deze soort toe te voegenDe Kaneelborstbaardvogel behoort tot het geslacht Capito binnen de familie van Baardvogels (Capitonidae).
Deze vogelsoort is endemisch in het noordelijke deel van het centrale Amazonebekken in Brazili� en leeft in tropische regenwouden. Het is een fruiteter die ook insecten zoals termieten eet, voornamelijk hoog in het bladerdak. De vogels leven solitair of in paren en broeden in boomholtes.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Amerikaanse baardvogels (Capitonidae)
- Bird Genus
- Capito
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een opvallend helder rood voorhoofd en kruin, die contrasteren met de zwarte nek. De wangen en keel zijn wit, met een subtiele gele tint. De borst is diep kastanjebruin, geleidelijk overgaand in een lichtere buik. De vleugels zijn zwart met witte vlekken, wat een gespikkeld patroon vormt. De rug is donkerbruin met een lichte glans, terwijl de staart zwart is. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder felgekleurde kop, met een meer oranje dan rode tint op de kruin. De nek is donkerbruin, zonder de glans die bij de man te zien is. De borst is lichter bruin, met een subtiele overgang naar een cr�mekleurige buik. De vleugels zijn donkerbruin met minder uitgesproken witte vlekken. De rug heeft een matte bruine kleur, zonder de glans van de man. De snavel is iets slanker en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn grijs, met een iets ruwere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffere kleurstelling, met een overwegend bruin verenkleed. De kop is minder fel, met een vaag oranje tintje. De borst en buik zijn lichtbruin, zonder duidelijke scheiding. De vleugels zijn donkerbruin met onduidelijke vlekken, die minder contrasteren. De rug is egaal bruin, zonder glans. De snavel is korter en lichter van kleur, met een nog niet volledig ontwikkelde kromming. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsbruin dons. De snavel is klein en lichtgekleurd.