Vogel
Kleine trap
Kleine trap
Tetrax tetrax
Log in om deze soort toe te voegenDe Kleine trap behoort tot het geslacht Tetrax binnen de familie van Trappen (Otididae).
Deze vogel leeft op open steppen, extensieve landbouwgronden en braakliggende terreinen in Zuid-Europa tot Midden-Azi�. Hij vermijdt intensief bewerkte akkers en komt vooral voor in gebieden met lage landbouwdruk. Met een statige loop en snelle vlucht vertoont hij sociaal gedrag, vooral buiten het broedseizoen, en voedt zich met zaden en insecten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trappen (Otidiformes)
- Bird Family
- Trappen (Otididae)
- Bird Genus
- Tetrax
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Trappen
Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
- Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
- Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
- Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte borst. De kop is grijs met een witte streep boven de ogen, die een scherp contrast vormt. De nek is zwart met een witte kraag, die in de broedtijd prominenter is. De rug en vleugels zijn bruin met fijne zwarte strepen, wat een gem�leerd effect geeft. De buik is wit, wat sterk afsteekt tegen de donkere borst. De snavel is kort en grijs, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn geelachtig met een stevige structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend bruin verenkleed met een subtiele streping over de rug en vleugels. De kop is minder contrastrijk dan die van de man, met een meer uniforme bruine tint. De borst en buik zijn lichtbruin met een fijne streping, die minder uitgesproken is dan bij de man. De nek is egaal bruin zonder de opvallende kraag van de man. De snavel is slanker en lichter van kleur, met een subtiele wasachtige basis. De poten zijn lichtbruin en slanker dan die van de man. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed dan volwassenen, met een overwegend bruin en gestreept patroon. De kop is egaal bruin met een lichte streping, zonder de contrasterende kenmerken van volwassen mannen. De borst en buik zijn lichtbruin met een fijne streping, vergelijkbaar met de vrouw. De rug en vleugels zijn bruin met een versleten uiterlijk, door de minder ontwikkelde veren. De snavel is kort en grijs, met een minder uitgesproken wasachtige basis. De poten zijn lichtbruin en slank, vergelijkbaar met die van de vrouw. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons dat hen goed camoufleert. De snavel is klein en lichtgekleurd, passend bij hun jonge leeftijd.