Vogel
Kraagtrap
Kraagtrap
Chlamydotis undulata
Log in om deze soort toe te voegenDe Kraagtrap (synoniem: Westelijke kraagtrap) behoort tot het geslacht Chlamydotis binnen de familie van Trappen (Otididae).
Deze vogelsoort, ook bekend als de houbarabustard, komt voor in noordelijk Afrika, het westelijke deel van de Sahara, en heeft een kleine populatie in de Canarische Eilanden. Ze leven in aride gebieden zoals zand- en stenige semi-woestijnen en droge graslanden. Deze vogels zijn voornamelijk 's ochtends en 's avonds actief en besteden de meeste tijd op de grond, waar ze op sterke poten en grote tenen lopen en naar voedsel peuren. Ze zijn meestal stil en hebben weinig neiging om samen te komen, behalve wanneer ze op zoek zijn naar voedsel.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trappen (Otidiformes)
- Bird Family
- Trappen (Otididae)
- Bird Genus
- Chlamydotis
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Trappen
Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
- Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
- Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
- Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Man:
De man heeft een opvallend zandkleurig verenkleed met subtiele zwarte strepen op de rug. De kop is lichtgrijs met een donkere streep die van het oog naar de nek loopt. De borst is wit met een lichte bruine tint, terwijl de buik effen wit is. De vleugels tonen een contrasterend patroon van zwart en wit, vooral zichtbaar tijdens de vlucht. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn slank en grijsachtig van kleur, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zandkleurig verenkleed, maar met minder uitgesproken strepen op de rug. De kop is iets donkerder dan die van de man, met een minder opvallende streep. De borst en buik zijn lichtbruin, met een subtiele overgang naar wit. De vleugels hebben een minder contrasterend patroon, met meer bruine tinten. De snavel is iets korter en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn eveneens grijs, maar iets dikker van structuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme zandkleurige tint over het hele lichaam. De kop is minder duidelijk gestreept, met een vage donkere lijn van het oog naar de nek. De borst en buik zijn lichtbruin, zonder de witte tinten van volwassen vogels. De vleugels zijn minder contrasterend, met een overwegend bruine kleur. De snavel is kort en grijs, met een rechte vorm. De poten zijn grijs en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder een zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelachtig dons dat hen goed camoufleert. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling.