Monnikskraanvogel

Grus monacha

Log in om deze soort toe te voegen

De Monnikskraanvogel behoort tot het geslacht Grus uit de familie van Kraanvogels (Gruidae).

Deze middelgrote kraanvogel, herkenbaar aan zijn grijze verenkleed, witte kop en opvallende rode plek boven het oog, broedt voornamelijk in de uitgestrekte moerassen en bossen van Oost-Siberi� en noordoost-China, met recent ook kleine broedpopulaties in Mongoli�,. In de winter trekt hij in grote aantallen naar zuidelijk Japan, vooral naar het Izumi-bekken op Kyushu, en in kleinere groepen naar rijstvelden en wetlands in Zuid-Korea en het stroomgebied van de Yangtze-rivier in China. Hij zoekt het hele jaar door natte gebieden op, zoals rivieroevers, meren en draslanden, waar hij zich voedt met waterplanten, insecten, kleine gewervelden en plantaardig materiaal. Deze kraanvogel staat bekend als een sociaal dier, vaak in groepen fouragerend, die flexibel reageert op voedselaanbod en voorkomt in een beperkt, kwetsbaar verspreidingsgebied met een hoge afhankelijkheid van winterse draslanden in Japan,.

Grus monacha
Hooded Crane
M�nchskranich
Grue moine

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Kraanvogels (Gruidae)
Bird Genus
Grus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Kraanvogels

Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
Om de kraanvogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen richtlijnen.

  • Voeding: variatie van planten, granen, dierlijke eiwitten of pellets.
  • Sociaal: paren in broedseizoen, groepen buiten seizoen.
  • Leefruimte: buitenverblijf met gras, beschutting en water.
  • Klimaat: winterharde soorten buiten; subtropisch verwarmd; andere vorstvrij.
  • Ruimte: grote soorten ± 200-300 m², kleine soorten ± 100-150 m², subtropische soorten ± 10 m² binnen.
Huisvestingsrichtlijnen Kraanvogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijs verenkleed over het lichaam, met een lichtere grijze onderzijde. De kop en nek zijn zwart, met een opvallende witte vlek achter de ogen die doorloopt tot de zijkant van de nek. De snavel is lang, recht en grijs tot hoornkleurig. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt om in moerassige gebieden en graslanden te waden. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde grijs verenkleed en zwarte kop en hals met witte oogvlekken. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het grijze verenkleed is matter en bruiner. De zwarte hals en kop zijn minder intens gekleurd en de witte oogvlekken zijn vaag. De snavel is korter en grijzer, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen grijs verenkleed zich volledig en verschijnen de karakteristieke zwarte hals en kop met witte oogvlekken.