Vogel
Rood-gele baardvogel
Rood-gele baardvogel
Lybius vieilloti
Log in om deze soort toe te voegenDe Rood-gele baardvogel (synoniem: Viellot's baardvogel) behoort tot het geslacht Lybius binnen de familie van Baardvogels (Lybiidae).
Deze kleine Afrikaanse baardvogel komt voor als standvogel in de savanne en landbouwgebieden langs de zuidelijke rand van de Sahara, van Senegal tot Ethiopi�, vaak in de buurt van beboste kreken en rivieren. Hij leeft vooral in bomen, waar hij zich voedt met insecten en fruit, in het bijzonder vijgen. De broedperiode valt tussen april en juli; het nest bevindt zich doorgaans in een boomholte, waarin drie eieren worden gelegd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Afrikaanse baardvogels (Lybiidae)
- Bird Genus
- Lybius
Ringmaat
Man 4.5 mm Vrouw 4.5 mmWelzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een opvallend rood voorhoofd en kruin, die contrasteren met de zwarte nek. De rug en vleugels zijn overwegend zwart met een groene glans, terwijl de schouders een gele tint hebben. De borst is helder rood, scherp afgebakend van de witte buik. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een subtiele grijze oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder felrode kruin dan de man, met een meer oranje tint. De nek en rug zijn donker, maar missen de groene glans van de man. De borst is rood, maar iets doffer en minder scherp afgebakend. De buik is witachtig, met een lichte grijze waas. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets slanker. De poten zijn grijs, met een iets ruwere structuur dan bij de man. De iris is donkerbruin, met een subtiele grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed, met een vage rode tint op de kruin. De rug en vleugels zijn donkerbruin, zonder de glans van volwassen vogels. De borst is lichtbruin, met een onduidelijke rode zweem. De buik is vuilwit, met een onregelmatige grijze vlekkenpatroon. De snavel is lichter van kleur, met een roze basis. De poten zijn grijsbruin en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.