Vogel
Rouwbaardvogel
Rouwbaardvogel
Tricholaema lacrymosa
Log in om deze soort toe te voegenDe Rouwbaardvogel behoort tot het geslacht Tricholaema binnen de familie van Baardvogels (Lybiidae).
Deze vogelsoort, bekend als de rouwbaardvogel, is inheems in oostelijk Afrika en komt voor in landen zoals Burundi, Democratische Republiek Congo, Kenia en Tanzania. Ze bewonen voornamelijk bossen en bosranden waar ze in bomen nestelen. De vogels zijn voornamelijk vruchteneters, maar consumeren ook insecten. Ze leven meestal alleen of in paren en verzamelen zich soms bij voedselbronnen zoals vruchtdragende bomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Afrikaanse baardvogels (Lybiidae)
- Bird Genus
- Tricholaema
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gestreept verenkleed op de kop en nek. De borst is voornamelijk wit met subtiele zwarte vlekken. De vleugels zijn donker met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De buik is overwegend wit, met een lichte grijze tint naar de flanken toe. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrastrijk verenkleed dan de man, met meer grijs in de kopstrepen. De borst is lichtgrijs met onregelmatige donkere vlekken, die naar de buik toe vervagen. De vleugels zijn donkergrijs met lichtere randen, wat een zachtere uitstraling geeft. De buik is lichtgrijs, met een subtiele overgang naar wit aan de onderzijde. De snavel is iets slanker dan die van de man, maar eveneens zwart. De poten zijn donkergrijs, met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken strepen op de kop en nek. De borst is grijsbruin met vage, donkere vlekken die naar de buik toe lichter worden. De vleugels zijn bruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De buik is lichtbruin, met een geleidelijke overgang naar wit aan de onderzijde. De snavel is donkergrijs en nog niet volledig ontwikkeld in vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat geleidelijk lichter wordt naar de buik toe. De snavel is kort en lichtgrijs, met een nog onontwikkelde vorm.