Witbuikspoorkoekoek

Centropus leucogaster

Log in om deze soort toe te voegen

De Witbuikspoorkoekoek behoort tot het geslacht Centropus binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).

De witbuikspoorkoekoek komt voor in West- en Midden-Afrika, van Senegal en Guinee-Bissau tot Nigeria, Kameroen, Gabon en noordoostelijk Congo-Kinshasa, met drie ondersoorten verspreid over dit gebied. Deze grote koekoek leeft vooral in dichte secundaire vegetatie langs bosranden en in grasrijke moerassen. Hij houdt zich doorgaans verborgen tussen het dichte gebladerte, waar hij zich voedt met insecten, kleine gewervelden en mogelijk ook zaden. De soort is lastig waar te nemen vanwege zijn verborgen levenswijze, maar zijn luide, karakteristieke roep verraadt vaak zijn aanwezigheid.

Witbuikspoorkoekoek
Black-throated Coucal
Wei�bauchkuckuck
Coucal � ventre blanc

Taxonomische indeling

Bird Order
Koekoekachtigen (Cuculiformes)
Bird Family
Koekoeken (Cuculidae)
Bird Genus
Centropus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Koekoeken

Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
  • Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
  • Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
  • Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen Koekoeken

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek met een subtiele blauwe gloed. De rug en vleugels zijn kastanjebruin, met een lichte glans die in de zon opvalt. De borst en buik zijn helder wit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De staart is lang en zwart, met een groene metaalachtige glans. De snavel is stevig en zwart, zonder zichtbare was. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De ogen zijn rood met een dunne, donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de kop. De kastanjebruine vleugels zijn iets doffer en hebben een matte afwerking. De witte borst en buik zijn identiek aan die van de man, met een helder contrast. De staart is eveneens zwart, maar met een minder uitgesproken groene glans. De snavel is zwart en iets slanker dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, met een iets fijnere structuur. De ogen zijn rood, omringd door een subtiele donkere oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint op de kop en nek. De vleugels zijn kastanjebruin, maar met een lichtere, versleten uitstraling. De borst en buik zijn vuilwit, met een minder scherp contrast. De staart is korter en mist de metaalachtige glans van volwassen vogels. De snavel is donkergrijs en nog in ontwikkeling. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust. De ogen zijn donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsbruine donslaag. De ogen zijn gesloten en de snavel is lichtgrijs.