Vogel
Witrugeend (afrikaanse)
Witrugeend (afrikaanse)
Thalassornis leuconotus leuconotus
Log in om deze soort toe te voegenDe Witrugeend (afrikaanse) (Synoniem: Afrikaanse witrugeend) behoort tot het geslacht Thalassornis binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze zeldzame eend leeft in stilstaand zoetwater zoals meren, moerassen en vijvers met drijvende waterplanten, met een voorkeur voor gebieden in tropisch en zuidelijk Afrika. Ze duikt vaak om voedsel te zoeken, waaronder waterplantknollen en larven, en vermijdt roofdieren door te verdwijnen onder water. De soort is nomadisch en broedt voornamelijk tussen februari en juni.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Thalassornis
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje is een middelgrote, duikende eend met een gedrongen bouw. Het verenkleed is overwegend donkerbruin, zwaar gespikkeld en gebandeerd met lichtere vlekken, waardoor hij goed gecamoufleerd is tussen waterplanten. De rug en bovenzijde zijn donkerder bruin met fijn lichtere markeringen; de soort ontleent zijn naam aan de lichtere, gevlekte rugveren die soms een wittige indruk geven. De kop is bruin met een fijn gevlekt patroon, de wangen en keel zijn lichter bruin. De snavel is donkergrijs met een zwarte nagel, de poten zijn grijs en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en heeft een iets matter en minder contrastrijk verenkleed. De snavel en poten zijn gelijk aan die van het mannetje, de iris donker.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en minder contrastrijk gespikkeld dan volwassen vogels. Het verenkleed is egaler bruin, vooral op de rug en flanken. De snavel is grijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en vuilwit tot geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere rug met lichtere rugstrepen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.