Vogel
Woestijnplevier
Woestijnplevier
Anarhynchus leschenaultii
Log in om deze soort toe te voegenDe Woestijnplevier behoort tot het geslacht Anarhynchus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
De grote strandloper is een kleine vogel uit de plevierfamilie. Het leeft in semi-woestijnen van Turkije tot Centraal-Azi� en trekt in de winter naar Afrika, Zuid-Azi� en Australazi�. Het bezoekt zandstranden en kustgebieden. De vogel zoekt voedsel zoals insecten en wormen door een sprint-stop techniek. Het is een migrant die zich aanpast aan diverse ecologische omstandigheden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Anarhynchus
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een grijsachtig verenkleed met een lichte glans op de rug en vleugels. De kop is donkerder grijs met een subtiele witte oogring die contrasteert met de zwarte iris. De borst en buik zijn lichter grijs, bijna wit, met een zachte overgang naar de flanken. De vleugels hebben donkere uiteinden met een lichte rand, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. In de broedtijd kan de kleurintensiteit van het verenkleed toenemen.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans en meer matte tinten. De kop is iets lichter grijs, met een minder uitgesproken oogring. De borst en buik zijn egaal lichtgrijs, zonder duidelijke contrasten. De vleugels hebben een subtiele bandering die minder uitgesproken is dan bij de man. De snavel is iets korter en dunner, maar behoudt de zwarte kleur. De poten zijn donkergrijs, maar kunnen een iets lichtere tint hebben. Tijdens de broedperiode zijn de verschillen met de man minder opvallend.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruinachtig verenkleed met een lichte schubbenpatroon op de rug en vleugels. De kop is vaalbruin met een onduidelijke oogring en een donkere iris. De borst en buik zijn lichtbruin met een vage streping die naar de flanken vervaagt. De vleugels hebben een versleten uiterlijk met lichtere randen. De snavel is korter en donkergrijs, met een lichtere basis. De poten zijn grijsbruin en hebben een ruwe textuur. Naarmate ze ouder worden, verandert het verenkleed geleidelijk naar het volwassen patroon.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtgrijs verenkleed dat een zachte uitstraling heeft. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.