Zilverwangneushoornvogel

Bycanistes brevis

Log in om deze soort toe te voegen

De Zilverwangneushoornvogel (synoniem: Zilveroorneushoornvogel) behoort tot het geslacht Bycanistes binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).

Deze grote hoornvogel leeft in de hoge en kustbossen van Oost-Afrika, van Ethiopi� tot Zimbabwe. Hij voedt zich vooral met vruchten, maar ook met insecten en kleine dieren. Het is een sociaal dier dat in kleine groepen leeft en in boomholtes nestelt, waarbij het vrouwtje tijdens de broedtijd in het nest verblijft en door het mannetje wordt verzorgd.

Zilverwangneushoornvogel
Silvery-cheeked Hornbill
Silberwangen-Hornvogel
Calao � joues argent

Taxonomische indeling

Bird Order
Neushoornvogels (Bucerotiformes)
Bird Family
Neushoornvogels (Bucerotidae)
Bird Genus
Bycanistes

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Neushoornvogels

Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
  • Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
  • Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen neushoornvogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop en nek. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere vleugels. De vleugels hebben een subtiele witte bandering aan de randen. De snavel is groot en ivoorkleurig met een lichte kromming en een zwarte basis. De iris is donkerbruin, omringd door een smalle, onopvallende oogring. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets minder glanzende kop en nek. Haar verenkleed is over het algemeen matter, met een subtiele grijstint op de vleugels. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar iets kleiner en minder prominent. De borst en buik zijn eveneens wit, maar kunnen een lichte grijze waas vertonen. De iris is donkerbruin, met een iets bredere oogring dan bij de man. De poten zijn donkergrijs, maar iets slanker van bouw.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme grijze tint over het hele lichaam. De kop en nek zijn minder glanzend en vertonen een lichte bruine zweem. De vleugels zijn donkergrijs met een vage witte bandering. De snavel is kleiner en minder gebogen, met een grijze basis. De iris is donkerbruin, omgeven door een onopvallende oogring. De poten zijn lichter grijs en minder robuust dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag die geleidelijk donkerder wordt. Hun snavel is klein en lichtgrijs, zonder duidelijke kromming.