Zwartborstbaardvogel

Pogonornis rolleti

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwartborstbaardvogel behoort tot het geslacht Pogonornis binnen de familie van Baardvogels (Lybiidae).

De zwartborstbaardvogel is een vogel uit de familie Lybiidae. Deze soort komt voor in zuidelijk Tsjaad, zuidwestelijk Soedan, de noordelijke Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan, en noordelijk Oeganda. Ze bewonen bossen in het oostelijke Sahelgebied op een hoogte van 200 tot 1200 meter. De vogels zijn frugivoor en frequent in riviergebieden, waar ze vooral in de droge periode voorkomen in bijvoorbeeld vijgenbomen.

Zwartborstbaardvogel
Black-breasted Barbet
Schwarzbrust-Bartvogel
Barbican � poitrine noire

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Afrikaanse baardvogels (Lybiidae)
Bird Genus
Pogonornis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Baardvogels

Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
  • Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
  • Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
  • Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Huisvestingsrichtlijnen Baardvogels

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene iriserende glans op de kop. De nek en borst zijn diepzwart, contrasterend met de donkergrijze buik. Vleugels tonen een subtiele blauwe gloed, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De dekveren zijn egaal zwart met een lichte metallic glans. De snavel is lang en slank, met een zwarte kleur en een lichte kromming. Poten zijn donkergrijs met een gladde textuur, passend bij de rest van het verenkleed. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, zwarte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een matzwart verenkleed met minder iriserende glans dan de man. De kop en nek zijn donkergrijs, geleidelijk overgaand naar een lichtere grijze borst. De buik is lichtgrijs met een subtiele streepjespatroon. Vleugels zijn donkergrijs met een lichte blauwe tint aan de randen. De snavel is korter en dikker dan die van de man, met een grijze kleur. Poten zijn lichtgrijs met een ruwe textuur, minder opvallend dan bij de man. De iris is lichtbruin, omgeven door een dunne, grijze oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dofgrijs verenkleed met een lichte bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn lichtgrijs met een vage, onregelmatige vlekkenpatroon. Vleugels zijn donkergrijs met een lichte bruine gloed aan de randen. De dekveren zijn minder glanzend en vertonen een versleten uiterlijk. De snavel is kort en recht, met een lichtgrijze kleur. Poten zijn lichtbruin met een gladde textuur, passend bij het verenkleed. De iris is grijsbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag zonder duidelijke tekening. De snavel is kort en lichtgeel van kleur.