Vogel
Bahama pijlstaart
Bahama pijlstaart
Anas bahamensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Bahama pijlstaart (Synoniem: Bahama pijlstaarteend) behoort tot het geslacht Anas binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze middelgrote eend leeft in kustgebieden en wetlands van het Caribisch gebied, Zuid-Amerika en de Galapagoseilanden, zoals mangrovebossen, brakwaterlagunes en moerassen. Ze foerageren op waterplanten, zaden en kleine ongewervelden en nestelen op de grond vlak bij water. Het gedrag is sociaal met sterke moederzorg en soms extra paringsstrategieën bij mannetjes.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anas
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een warm bruin lichaam met fijne donkere vlekken op borst en flanken. De wangen en keel zijn wit, contrasterend met de rest van de kop die grijsbruin is. De rug en vleugels zijn donkerder bruin met een glanzende groene spiegel in de vleugel. De buik is lichter beige tot vuilwit. De snavel is opvallend rood met een zwarte punt en zwarte bovenzijde. De poten zijn grijsgroen en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, met een iets doffere kleur en minder contrastrijke witte wangen. De snavel is hetzelfde rood-zwart gekleurd, de poten grijsgroen en de iris donker. Er is nauwelijks seksueel dimorfisme.
Juveniel:
Juvenielen lijken op de vrouwtjes maar zijn matter en grijzer van toon, met een vager contrast in de wangstreek. De snavel is donkergrijs met slechts een zwakke roodachtige tint. De poten zijn vleeskleurig tot grijsgroen en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin aan de bovenzijde met gele strepen en vlekken op rug en kop. De onderzijde is lichtgeel tot beige. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.