Vogel
Canadese Gans (Aleoeten)
Canadese Gans (Aleoeten)
Branta hutchinsii leucopareia
Log in om deze soort toe te voegenDe Canadese gans (Aleoeten) (Synoniem: Aleoeten Canadagans) behoort tot het geslacht Branta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze kleine gans broedt op de Aleoeten en nestelt vaak op steile, met gras begroeide kliffen bij de kust. Ze foerageren in gevarieerde graslanden en voeden zich met verschillende planten. Tijdens migratie en winter verzamelen ze zich in open gebieden zoals moerassen, weilanden en landbouwvelden waar ze rusten en drinken aan waterplassen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Branta
Ringmaat
Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een zwart verenkleed op kop en hals, met een scherp contrasterende witte kinband (gularis-band) die doorgaans doorloopt tot achter de wangen. Opvallend kenmerk van deze ondersoort is de witte halsring aan de basis van de zwarte hals, die vrijwel altijd aanwezig is. De borst en flanken zijn bruin tot grijsbruin met fijne bandering, de buik lichter grijs tot wit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de slagpennen zwart. De snavel is zwart en relatief kort en slank in vergelijking met grotere vormen. Poten en voeten zijn zwart, de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld moeilijk te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en slanker van bouw. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer van kleur, met een bruinige zweem over de zwarte hals en kop. De witte kinband is vaak smaller of minder scherp afgetekend en de witte halsring is onduidelijk of afwezig. De borst en rug zijn bruiner, met minder contrastrijke bandering. De snavel is doffer zwartgrijs, de poten zijn vleeskleurig tot donkergrijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geelachtig donsachtig aan de onderzijde met een olijfbruine bovenzijde. Ze hebben een donkerbruine kopkap en rugstrepen, met een lichtere wangvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.