Vogel
Canadese gans (interior)
Canadese gans (interior)
Branta canadensis interior
Log in om deze soort toe te voegenDe Canadese gans (interior) (Synoniem: Todd's Canadagans / Hudson Bay Canadagans) behoort tot het geslacht Branta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze vogel, bekend als de Canadese gans, komt voor van het westen van Hudsonbaai tot in het binnenland van Noord-Amerika. Hij broedt bij voorkeur in open, waterrijk gebied zoals kustmoerassen, meren en natte graslanden, vaak in de buurt van andere watervogels. De soort vermijdt dichte begroeiing voor het nestelen vanwege het risico op predatie. Familiebanden zijn sterk: paartjes blijven hun leven lang bij elkaar en jonge ganzen blijven het eerste jaar bij de ouders. �s Zomers eten ze vooral gras, maar in de nazomer stappen ze over op granen, wat tot conflicten met landbouw kan leiden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Branta
Ringmaat
Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Man:
Het mannetje heeft een zwarte kop en hals met een duidelijke witte kinband (gularis-band) die de wangen en keel scherp contrasteert. De borst is middel- tot donkerbruin, de flanken grijzer met subtiele bandering, en de buik is wit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de slagpennen zwart en de staart zwart met een witte onderstaart. Deze ondersoort is middelgroot van formaat binnen het complex, kleiner en slanker dan maxima maar forser dan hutchinsii. De snavel is zwart en proportioneel korter dan bij maxima. Poten en voeten zijn zwart, de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk te onderscheiden in het veld. Ze is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur dan volwassen vogels. De zwarte kop en hals hebben vaak een bruine waas, en de witte kinband is smaller en minder contrastrijk. De borst is donkerder grijsbruin, de flanken minder duidelijk gebandeerd en de rug egaler bruin. De snavel is zwartgrijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geel donsachtig aan de onderzijde met een olijfbruine bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.