Vogel
Canadese gans (kleine)
Canadese gans (kleine)
Branta canadensis parvipes
Log in om deze soort toe te voegenDe Canadese gans (kleine) (Synoniem: Kleine Canadagans) behoort tot het geslacht Branta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze middelste Canadese gans komt voornamelijk voor in Noord-Amerika en broedt vooral in de noordelijke gebieden, waaronder Groenland. Ze leven in waterrijke streken zoals meren en rivieren, waar ze grazen op gras en waterplanten. Tijdens de trek leggen ze grote afstanden af en vertonen ze sociaal en territoriaal gedrag, vaak in groepen. Ze broeden vanaf het voorjaar en zorgen gezamenlijk voor de jongen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Branta
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een zwarte kop en hals met een brede, witte kinband (gularis-band) die scherp contrasteert. De borst is middel- tot lichtbruin, de flanken zijn grijzer met subtiele bandering, en de buik is wit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de slagpennen zwart en de staart zwart met een witte onderstaart. Deze ondersoort is middelgroot van formaat, duidelijk kleiner en lichter gebouwd dan Branta canadensis interior of B. c. maxima, maar groter en forser dan de meeste ondersoorten van B. hutchinsii (minima, leucopareia). De snavel is zwart, relatief kort en driehoekig. Poten en voeten zijn zwart, de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk te onderscheiden in het veld. Zij is gemiddeld iets kleiner en fijner gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer gekleurd. De zwarte kop en hals hebben vaak een bruinige waas, en de witte kinband is smaller en minder scherp afgetekend. De borst is egaler donkerbruin, de flanken minder contrastrijk gebandeerd en de rug doffer bruin. De snavel is zwartgrijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geel donsachtig aan de onderzijde, met een olijfbruine bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.