Vogel
Canadese gans (richardsons)
Canadese gans (richardsons)
Branta hutchinsii hutchinsii
Log in om deze soort toe te voegenDe Canadese gans (richardsons) (Synoniem: Richardson's Canadagans) behoort tot het geslacht Branta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze kleine gans broedt in de subarctische en arctische gebieden van Canada en Alaska, vaak op eilandjes in meren of in hoog-arctische toendra en rotsachtige kusten. Ze foerageren in grasrijke moerassen, weiden en akkers, waarbij ze zowel planten als soms kleine dieren eten. In de winter verzamelen ze zich in open, boomloze gebieden zoals zout- en zoetwatermoerassen, moddervlakten en landbouwvelden, vaak in gemengde groepen met andere ganzen. Hun gedrag omvat het zoeken naar voedsel in water en op land, en ze rusten en baden op meren en reservoirs.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Branta
Ringmaat
Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een zwarte kop en hals met een duidelijke witte kinband (gularis-band) die scherp contrasteert. De borst is licht- tot middelbruin, de flanken grijzer met subtiele bandering, en de buik wit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de slagpennen zwart en de staart zwart met een witte onderstaart. Deze ondersoort is kleiner en compacter dan Branta canadensis, met een kortere hals en een relatief kleine, korte snavel. Poten en voeten zijn zwart, de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en nauwelijks te onderscheiden in het veld. Zij is gemiddeld iets kleiner en fijner gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer dan volwassen vogels. De zwarte kop en hals hebben vaak een bruinige waas en de witte kinband is smaller of minder scherp begrensd. De borst is donkerder grijsbruin, de flanken zijn minder duidelijk gebandeerd en de rug egaler bruin. De snavel is zwartgrijs, de poten vleeskleurig tot donkergrijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geel donsachtig aan de onderzijde met een olijfbruine bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.