Vogel
Geelsnaveleend
Geelsnaveleend
Anas undulata
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelsnaveleend (Synoniem: Afrikaanse geelsnaveleend) behoort tot het geslacht Anas binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze eendensoort komt veel voor in zuidelijk en oostelijk Afrika, waar hij leeft bij allerlei zoetwatergebieden zoals meren, rivieren, moerassen en stilstaande wateren, vaak in open landschappen met dichte vegetatie langs de oevers. Hij foerageert voornamelijk 's avonds of 's nachts door te grondelen naar waterplanten en is buiten het broedseizoen zeer sociaal, vaak in grote groepen te zien. Het nest wordt op de grond gebouwd in de beschutting van dichte begroeiing in de buurt van water.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anas
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkerbruin tot zwartbruin verenkleed, fijn gebandeerd met lichtere bruine veerranden waardoor een geschubd patroon ontstaat. De kop en hals zijn iets donkerder en effen van kleur. De snavel is opvallend geel met een zwarte zadelvlek op de bovensnavel. De vleugels hebben een iriserend groen speculum, omlijst door zwart maar zonder witte randen zoals bij Anas platyrhynchos. De poten zijn oranjerood en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld moeilijk te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en lichter gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer van toon. Het geschubde patroon is minder contrastrijk en de kop heeft vaak een bruinige zweem. De snavel is grijzer van tint, met een zwakker ontwikkelde gele kleur. De poten zijn doffer oranje en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een gelige tot lichtbruine onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel die contrasteren met de donkere bovenzijde. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.