Vogel
Kaneeltaling
Kaneeltaling
Spatula cyanoptera
Log in om deze soort toe te voegenDe Kaneeltaling behoort tot het geslacht Spatula uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze eendensoort leeft voornamelijk in moerassen, ondiepe meren en beekjes met riet en andere waterplanten aan de randen, verspreid over het westen van Noord-Amerika en delen van Zuid-Amerika. Ze foerageren door oppervlakkig te dabben, waarbij ze zaden, waterinsecten en kleine weekdieren eten. Tijdens de broedperiode bouwen vrouwtjes nesten in dichte oevervegetatie en de jongen zijn na korte tijd zelfstandig. Deze soort is deels migrerend en overwintert in warmere gebieden zoals Zuid-Amerika en zuidwestelijke Verenigde Staten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Spatula
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje is duidelijk herkenbaar door zijn warme kastanjebruine tot kaneelkleurige verenkleed dat bijna het hele lichaam bedekt. De rug is iets donkerder bruin, de buik lichter. In vlucht vallen de blauwe bovenvleugeldekveren op, samen met de glanzende groene vleugelspiegel. De kop is uniform kaneelbruin. De snavel is groot, breed en zwart. De poten zijn grijs tot donkergrijs en de iris is bruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is bruin met een fijne, donkere vlekken- en strepentekening, waardoor zij sterk gecamoufleerd is. De vleugels hebben net als bij het mannetje de blauwe dekveren en een groene spiegel, maar minder opvallend. De snavel is breed en donkergrijs, de poten grijs en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken op het vrouwtje, maar hebben een matter en egaler bruin verenkleed met zwakkere flank- en borsttekening. De snavel is al breed, maar lichter grijs van kleur. De poten zijn vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin aan de bovenzijde met geelachtige vlekken langs kop en rug. De onderzijde is lichtgeel tot beige. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.