Kuifhoenderkoet

Chauna torquata

Log in om deze soort toe te voegen

De Kuifhoenderkoet behoort tot het geslacht Chauna uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogelsoort komt voor in zuidelijk Zuid-Amerika, waaronder Argentinië, Uruguay, Brazilië, Bolivia en Paraguay. Hij leeft in moerassen, tropische en subtropische wetlands zoals meren, lagunes, en overstroomde velden. Het is een sociale, hoofdzakelijk herbivore vogel die vaak in grote groepen samenkomt om te grazen en in ondiep water te rusten. Tijdens het broedseizoen verdedigen ze hun nestgebied actief en vertonen ze monogaam gedrag.

Kuifhoenderkoet
Hoatzin
Haubentaucher
Hoazin

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Hoenderkoeten (Anhimidae)
Bird Genus
Chauna

Ringmaat

Man 24.0 mm Vrouw 24.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje is een fors gebouwde vogel met een opvallend uiterlijk. Het verenkleed is grotendeels grijs, met lichtere grijs-witte veren op de borst en buik, en donkerder grijze vleugels en rug. Rond de hals bevindt zich een kenmerkende zwarte halsband (torque), waaraan de soortnaam is ontleend. De kop heeft een korte kuif van grijze veren. De huid rond de ogen en snavelbasis is kaal en rood. De snavel is kort, grijsachtig hoornkleurig. De poten zijn lang, roodachtig en voorzien van grote, stevige tenen. De iris is oranjerood. Aan de vleugelknokkel bevinden zich sporen (benige uitsteeksels), die voor verdediging gebruikt worden.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk in het veld te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd. De snavel, poten, huidkleur en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter van kleur, met een bruinigere tint in het grijze verenkleed. De zwarte halsband is minder duidelijk of ontbreekt geheel. De kale huid rond de ogen is kleiner en bleker rood. De snavel en poten zijn grijzer en minder fel van kleur, de iris is donkerder.

Kuiken:
De kuikens zijn donzig geelachtig tot lichtbruin van onder en donkerder bruin van boven. Ze hebben een relatief grote kop en korte snavel. De poten zijn vleeskleurig en stevig, en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 187
  • Tijdschrift 224
  • Tijdschrift 237
  • Tijdschrift 279