Vogel
Magelhaengans (grote)
Magelhaengans (grote)
Chloephaga picta leucoptera
Log in om deze soort toe te voegenDe Magelhaengans (grote) behoort tot het geslacht Chloephaga uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze grote ganssoort komt uitsluitend voor op de Falklandeilanden en leeft vooral in graslanden. Hij graast vooral op kort gras, maar nestelt in dichter begroeide gebieden waarbij het nest goed verborgen wordt met vegetatie. Beide ouders zorgen voor de jongen, die al snel na het uitkomen zelf eten zoeken. Het dieet bestaat uit planten, insecten en jonge vogels kunnen bedreigd worden door roofvogels.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Chloephaga
Ringmaat
Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje is opvallend wit van kop, hals en onderzijde. De rug en vleugels zijn zwart-wit gebandeerd, waarbij vooral de grote witte vleugelvelden in vlucht sterk contrasteren. De staart is zwart met witte randen. De snavel is zwart, de poten zijn oranjerood en de iris donkerbruin. Deze ondersoort is groter en forser dan C. p. picta.
Vrouw:
Het vrouwtje is kastanjebruin tot roodbruin, met fijne donkere bandering op borst, flanken en rug. De buik is lichter bruin met fijne strepen. De vleugels zijn donkerder bruin met minder contrasterende witte vlakken dan bij het mannetje. De snavel is zwart, de poten zijn oranjerood en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken op de vrouwtjes maar zijn grijzer en doffer van toon. De borst en flanken zijn subtieler gebandeerd. Bij jonge mannetjes begint het verenkleed al vroeg lichter te worden, maar de witte kop en onderzijde zijn nog vuilwit en niet volledig ontwikkeld. De snavel is grijzer, de poten zijn vleeskleurig tot grauw en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig tot vuilwit aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.