Vogel
Roodbek fluiteend (noordelijke)
Roodbek fluiteend (noordelijke)
Dendrocygna autumnalis
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodbek fluiteend (noordelijke) (Synoniem: Noordelijke Zwartbuik fluiteend / boomeend) behoort tot het geslacht Dendrocygna binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
De zwartbuikfluiteend is een vogel uit de familie van de eendachtigen. Deze vogel is te vinden in warme en subtropische gebieden, waar ze graag in natte omgevingen zoals moerassen en graslanden verblijft. Het verenkleed is aan de onderzijde zwart, terwijl de bovenkop bruin is. Ze zijn bekend om hun sociale gedrag en worden vaak in groepen gezien. De zwartbuikfluiteend broedt op de grond en legt een legsel van 12 tot 16 eieren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Dendrocygna
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje is een opvallende, langpotige fluiteend. De kop en hals zijn grijsachtig met een lichte oogring. De borst en flanken zijn kastanjebruin, de buik is zwart. De rug en vleugels zijn donkerbruin met grote kastanjebruine dekveren, en in vlucht vallen de brede witte bovenvleugels op die contrasteren met de zwarte slagpennen. De snavel is felroze tot rood, de poten zijn lang en oranjerood, en de iris is bruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld moeilijk te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en fijner van bouw. Snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur, met een bruingrijze kop en hals. De kastanjebruine borst en flanken zijn minder intens, en de zwarte buik ontbreekt of is slechts vaag aanwezig. De snavel is grijzer met een doffere roze tint, de poten zijn vleeskleurig tot grijsroze en de iris is donker.
Kuiken:
De kuikens zijn zwartbruin donsachtig met een rij van gele vlekken op de bovenzijde en zijkanten. De onderzijde is geelachtig tot vuilwit. Ze hebben een lichte wangvlek en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.