Vogel
Roze-ooreend
Roze-ooreend
Malacorhynchus membranaceus
Log in om deze soort toe te voegenDe Roze-ooreend (Synoniem: Roodooreend, Pink-eared duck, Zebraeend) behoort tot het geslacht Malacorhynchus binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze zeldzame eendensoort komt voor in Australië, waar hij vooral leeft in ondiepe, tijdelijke wateren en open wetlands. Met zijn spatelvormige snavel filtert hij plankton, schaaldieren en insecten uit het water. Hij is sociaal en verzamelt zich vaak in grote groepen bij geschikte leefgebieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Malacorhynchus
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een zeer karakteristiek uiterlijk. Het meest opvallend zijn de brede, lepelvormige snavel met een duidelijke roze tint en de helder roze vlek rond het oorgebied, waaraan de soort zijn naam dankt. Het hoofd is overwegend grijs met een witte streep die van het voorhoofd tot achter het oog loopt. De borst en onderzijde zijn wit, terwijl de rug en bovenzijde grijs tot donkergrijs zijn met een fijne zwart-witte vlektekening die een zebrapatroon vormt. De vleugels zijn grijs met zwarte strepen, een smalle witte vleugelstreep en een glanzend groene speculum. De poten zijn rozegrijs en de iris donkerbruin tot geelachtig.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is iets kleiner en minder contrastrijk van kleur. De roze oorvlek is minder intens en de rug en bovenzijde zijn valer grijs. De borst en buik zijn lichter dan bij het mannetje. De snavel is breder maar minder levendig roze, en de poten zijn doffer rozegrijs.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op vrouwtjes maar zijn nog grijzer en minder contrastrijk. De roze oorvlek is vaag zichtbaar of ontbreekt. De borst en buik zijn crėmekleurig, de rug egaal grijs en het kenmerkende zebrapatroon minder ontwikkeld. De snavel is vaalroze tot grijs, de poten grijsachtig en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met lichtere wangen en een lichte oogstreep. De onderzijde is wit tot crèmekleurig. De snavel is donkergrijs maar al verbreed aan de basis, de poten zijn grijs en de iris donker.