Sikkeleend

Mareca falcata

Log in om deze soort toe te voegen

De Sikkeleend (Synoniem: Bronskopeend, Bronskoptaling) behoort tot het geslacht Mareca binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze middelgrote eend broedt in oostelijk Azi�, van Oost-Siberi� en Mongoli� tot Noord-Japan, en overwintert in zuidelijker gebieden zoals Zuidoost-Azi� en Noord-India. Ze leeft vooral in zoetwatermoerassen en meren. Buiten het broedseizoen vormen ze vaak grote groepen en ze voeden zich voornamelijk met waterplanten, zaden en kleine ongewervelden. Tijdens het broeden nestelen ze in dichte vegetatie nabij water, waarbij het vrouwtje alleen de eieren uitbroedt.

Sikkeleend
Falcated Duck
Sichelschnabelente
Canard faucille

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Mareca

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Man:
Het mannetje is een sierlijke eend met een karakteristiek verenkleed. De kop en hals zijn glanzend groen met een bronzen zweem, contrasterend met een grijze nek en borst. De rug en flanken zijn fijn gebandeerd in grijs en zwart, de buik is wit. De vleugels tonen een glanzend groene speculum, zwart omlijst, en opvallend verlengde, sikkelvormige tertials die sierlijk over de staart hangen. De staart is zwart met witte zijden. De snavel is zwartgrijs, de poten zijn grijs en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op die van de wilde eend: een overwegend bruin verenkleed met fijne donkere strepen en vlekjes. Ze heeft een donkere oogstreep en een lichtere wenkbrauwstreep. De speculum is aanwezig maar minder contrastrijk. De snavel is grijsbruin met een donkerder ruglijn, de poten zijn grijs tot oranjebruin en de iris donker.

Juveniel:
Juvenielen lijken op vrouwtjes maar zijn grijzer en doffer, met een minder uitgesproken oogstreep. Jonge mannetjes ontwikkelen geleidelijk de glanzende kop en de lange sikkelvormige tertials. De snavel is grijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichte wangen en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 280
  • Tijdschrift 191