Streepkopgans

Anser indicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Streepkopgans (Synoniem: Indische gans / Strepengans) behoort tot het geslacht Anser binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogelsoort broedt in Centraal-Azi� bij hoge bergmeren en overwintert in Zuid-Azi�. Ze graast op korte grassen en migreert naar India, Assam en noordelijk Burma. Tijdens hun migratie vliegen ze over de Himalaya op extreem hoge hoogtes, wat hen een bijzondere fysieke aanpassing geeft. Ze zijn omnivoor en voeden zich met waterplanten, gras, insecten en larven.

Streepkopgans
Bar-headed Goose
Streifenkopfgans
Oie � t�te barr�e

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Anser

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend lichtgrijs lichaam met fijne donkere bandering op de bovenzijde. De kop en hals zijn wit, opvallend met twee zwarte dwarsbanden over de achterhals die de soort zijn naam geven. De borst en buik zijn lichtgrijs tot wit, de vleugels grijzer met zwarte slagpennen. De snavel is oranjegeel, de poten zijn oranje en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd. De koptekening en halsbanden zijn gelijk, al kunnen de zwarte banden soms iets smaller zijn. De snavel, poten en iris zijn hetzelfde als bij het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur, met een vaalwitte kop waarin de kenmerkende zwarte halsbanden ontbreken of slechts vaag zichtbaar zijn. De borst en flanken zijn egaler grijs. De snavel is grijzer oranje, de poten vleeskleurig tot grauworanje en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn geelachtig donsachtig aan de onderzijde en olijfbruin aan de bovenzijde. Ze hebben een donkere kopkap en rugstrepen, met lichte wangen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijsgeel, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 293
  • Tijdschrift 252
  • Tijdschrift 233
  • Tijdschrift 173
  • Tijdschrift 153