Vogel
Tafeleend
Tafeleend
Aythya ferina
Log in om deze soort toe te voegenDe Tafeleend (Synoniem: Europese tafeleend) behoort tot het geslacht Aythya binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze middelgrote eend komt voor in zoete wateren zoals meren, plassen en moerassen in Europa en Azi�. Hij duikt regelmatig om zich te voeden met waterplanten, zaden en kleine waterdieren. De vogel is deels trekvogel en foerageert overdag vaak in groepen, waarbij hij zowel in rust als tijdens het foerageren communiceert met soortgenoten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Aythya
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Man:
Het mannetje heeft een kastanjebruine kop en hals, een zwarte borst en een grijs lichaam met fijne donkere bandering. De rug en stuit zijn donkergrijs tot zwart, de buik is wit en de staart zwart. De snavel is blauwgrijs met een zwarte punt en een zwarte band over het midden. De iris is felrood, de poten zijn grijsblauw. In vlucht toont de vleugel een brede, lichtgrijze band.
Vrouw:
Het vrouwtje is overwegend warmbruin met een grijzer lichaam en een donkerbruine kop. De borst is donkerder, de buik vuilwit. De snavel is grijzer met een vage donkere band, de iris is donkerbruin en de poten zijn grijs.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes maar zijn egaler bruin en grijzer van toon. De borst en rug zijn donkerder, de buik is lichter bruinachtig. De snavel is klein en grijs met een donkere punt, de poten vleeskleurig tot grauw en de iris donker. Jonge mannetjes beginnen in hun eerste winter de kastanjebruine kop en rode iris te ontwikkelen.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig tot vuilwit aan de onderzijde. Ze hebben donkere kruin- en rugstrepen met lichtere wangen en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.