Vogel
Toendra rietgans (russische)
Toendra rietgans (russische)
Anser serrirostris rossicus
Log in om deze soort toe te voegenDe Toendra rietgans (russische) behoort tot het geslacht Anser uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze kleine witte gans komt voor in de arctische gebieden van Canada, met broedkolonies op eilandjes en op het vasteland in moerassige en grasrijke toendra�s. Ze foerageren in grote groepen op gras, zegge en andere planten en trekken in de winter naar zuidelijkere gebieden zoals Californi� en Mexico. Deze soort leeft in grote kolonies, bouwt nesten op de grond en legt gemiddeld vier eieren per legsel.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anser
Ringmaat
Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Man:
Het mannetje is een middelgrote gans met een vrij compacte bouw en een korte, gedrongen nek. Het verenkleed is donkerbruin met een donkerder kop en hals en een lichter bruin-grijs gebandeerde rug. De borst is bruin, de flanken grijzer en de buik vuilwit. De snavel is kort en dik, meestal grotendeels zwart met een smalle of onderbroken oranje band. De poten zijn oranje en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en slanker van bouw. Haar snavel kan iets smaller en valer oranje zijn. Het verenkleed en de kleuren van poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en grijzer, met brede lichtere veerranden waardoor een geschubd uiterlijk ontstaat. De snavel is donkergrijs met slechts een zwakke oranje tint, de poten zijn doforanje en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn olijfbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig tot vuilwit aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen met lichtere wangen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijsroze, de poten vleeskleurig en de iris donker.