Vogel
Arabische zandpatrijs
Arabische zandpatrijs
Ammoperdix heyi
Log in om deze soort toe te voegenDe Arabische zandpatrijs behoort tot het geslacht Ammoperdix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze vogelsoort behoort tot de familie van de fazanten en is verspreid over het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ze bewonen voornamelijk open, droge gebieden en zijn uitstekend in staat om zich te verstoppen en snel te rennen. Het zijn sociale vogels die vaak in groepen samenleven en zijn herbivoor in hun dieet. Ze zijn monogaam in hun voortplanting, met sommige uitzonderingen. De vrouwtjes leggen meestal tussen vijf en veertien eieren in een nest dat ze zelf bouwen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Ammoperdix
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
- Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
• Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
• Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
• Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
• Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18 - Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
- Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
• De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer. - Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje heeft een zandkleurig tot lichtbruin verenkleed dat uitstekend camoufleert in woestijnachtige omgevingen. De rug en vleugels zijn lichtbruin met fijne donkere strepen, de borst en flanken zijn licht gestreept. De buik is witachtig tot beige. De kop is lichtbruin met een donkere streep door het oog en een subtiele wenkbrauwstreep. De snavel is grijsachtig, de poten geelbruin en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is minder contrastrijk gestreept dan het mannetje en iets matter van kleur. Het verenkleed is overwegend zandkleurig tot lichtbruin, wat uitstekende camouflage biedt. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar hebben een doffer, meer egaal bruin verenkleed met minder duidelijke strepen op rug en borst. De snavel en poten zijn lichtgrijs tot geelachtig, de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons met lichtere vlekken en strepen op rug en kop, wat camouflage biedt in zandige en rotsachtige gebieden. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.