Barbarijse steenpatrijs

Alectoris barbara

Log in om deze soort toe te voegen

De Barbarijse steenpatrijs (synoniem: Barbarijse patrijs) behoort tot het geslacht Alectoris binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogel komt voor in Noord-Afrika, vooral in droge, open en heuvelachtige gebieden met weinig begroeiing. Hij leeft op de grond, waar hij zich voedt met zaden en kleine ongewervelden. Bij gevaar rent hij meestal snel weg in plaats van te vliegen, en is vaak solitair of in kleine groepen te vinden.

Barbarijse steenpatrijs
Barbary Partridge
Felsenhuhn
Perdrix gambra

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Alectoris

Ringmaat

Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
  • Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
    •    Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
    •    Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
    •    Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
    •    Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18
  • Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
  • Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
    •    De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijs-bruin verenkleed op rug en vleugels met fijne donkere strepen. De borst is grijsachtig met lichte streping, de buik lichter beige tot wit. De flanken zijn opvallend gestreept met zwart en wit, wat contrasterend afsteekt tegen de rest van het lichaam. De kop heeft een zwarte keelvlek en een witte wangstreep die de keel omlijst. De snavel is roodachtig, de poten oranje-rood en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is iets matter van kleur en minder uitgesproken gestreept op flanken en borst. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar hebben een doffer, bruin-grijs verenkleed en minder duidelijke kop- en flankstrepen. De snavel is lichtrood tot oranje, de poten grijsachtig oranje en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken op rug en kop voor camouflage in rotsige en grasrijke omgevingen. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig tot vleeskleurig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 299
  • Tijdschrift 187