Bruinborst bospatrijs

Arborophila brunneopectus

Log in om deze soort toe te voegen

De Bruinborst bospatrijs (synoniem: Bruinborstheuvelpatrijs) behoort tot het geslacht Arborophila binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De bruinborstbospatrijs is een vogelsoort uit de familie fazantachtigen, inheems in Zuidoost-Azi�. Ze zijn verspreid over zuidwestelijk China, oostelijk Myanmar, noordelijk Laos en westelijk Thailand. Deze vogels leven in bergbossen en zijn bekend om hun karakteristieke uiterlijk en sociale gedrag. Ze hebben een buffkleurige borst en zwarte vlekken op hun rug. De vogels bewegen zich vaak in kleine groepen en zijn_ ter bekend om hun zang. Ze behoren tot de veilige soorten op de IUCN-lijst.

Bruinborst bospatrijs
White-faced Partridge
Wei�gesicht-Buschwachtel
Torqu�ole de Horsfield

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Arborophila

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
  • Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
    •    Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
    •    Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
    •    Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
    •    Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18
  • Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
  • Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
    •    De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje heeft een overwegend bruin verenkleed met een roodbruine borst en subtiele zwarte strepen op rug en vleugels. De flanken zijn donkerder met lichte strepen voor camouflage in bosrijke habitats. De kop is bruin met een lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De snavel is grijsachtig, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is iets matter van kleur en minder contrastrijk gestreept. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn doffer bruin van kleur en hebben minder duidelijke strepen op rug, borst en flanken. De snavel is lichtgrijs, de poten grijsachtig bruin en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met subtiele donkere vlekken en strepen op rug en kop voor camouflage in dicht bos. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 282
  • Tijdschrift 249
  • Tijdschrift 234