Bruine oorfazant

Crossoptilon mantchuricum

Log in om deze soort toe te voegen

De Bruine oorfazant behoort tot het geslacht Crossoptilon binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogel leeft endemisch in bergachtige gebieden van noordoost-China, meestal tussen 1000 en 2600 meter hoogte in gemengde bossen en struikgewas. Hij is terrestrisch en voedt zich voornamelijk met wortels, bollen en plantaardig materiaal. De soort is kwetsbaar door habitatverlies en vertoont een territoriaal gedrag met een broedperiode in de lente.

Bruine oorfazant
Brown Eared-Pheasant
Brauner Ohrfasan
Hokki brun

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Crossoptilon

Ringmaat

Man 15.0 mm Vrouw 15.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
  • Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
    •    Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
    •    Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
    •    Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
    •    Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18
  • Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
  • Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
    •    De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage X

EU verordening bijlage X

Deze vogelsoort is opgenomen in Bijlage X van de Europese Verordening, een lijst met soorten waarvoor uitzonderingen gelden binnen de EU. 

De soort is wereldwijd opgenomen op CITES appendix I, maar wordt zó veelvuldig gefokt binnen de Europese Unie, dat het niet aannemelijk is dat er handel in wildgevangen exemplaren plaatsvindt van deze soort. Dit betekent dat voor deze vogelsoort een uitzondering geldt voor verplichtingen binnen de Europese Unie: 

  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is een merkteken (pootring) NIET verplicht.
  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is er geen administratieplicht.
  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is een overdrachtsverklaring of herkomstverklaring NIET verplicht.

Voor internationale handel, invoer en uitvoer gelden wel strikte regels.

Man:
Het mannetje heeft een overwegend blauwgrijs verenkleed met een zilverachtige glans over rug, borst en vleugels. De kop is donkerder blauwgrijs met opvallende, lange blauwe oorpluimen aan beide zijden van het hoofd. De nek en borst zijn lichtblauwgrijs, de rug donkerder. De staart is lang en blauwgrijs met lichte glans. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten donkergrijs. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is iets kleiner en minder glanzend. De oorpluimen zijn korter en minder opvallend. Het verenkleed is overwegend blauwgrijs met minder metallic glans. De snavel en poten zijn donkergrijs en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en missen de langere oorpluimen. De snavel en poten zijn donkergrijs, de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met grijsbruin dons met lichtere vlekken op rug en kop, wat camouflage biedt in het bergbos. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 201
  • Tijdschrift 276
  • Tijdschrift 277