Vogel
Geschilderde frankolijn
Geschilderde frankolijn
Francolinus pictus
Log in om deze soort toe te voegenDe Geschilderde frankolijn behoort tot het geslacht Francolinus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze vogel komt voor in graslanden en open struikgebieden van centraal en zuidelijk India en zuidoostelijk Sri Lanka. Hij gedraagt zich voornamelijk terrestrisch maar rust ook weleens in bomen. Zijn opvallende roep is vooral in het broedseizoen goed te horen. De soort speelt een belangrijke rol in het ecosysteem door insecten te eten en zaden te verspreiden, wat bijdraagt aan de biodiversiteit en de balans in zijn leefgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Francolinus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
- Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
• Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
• Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
• Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
• Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18 - Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
- Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
• De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer. - Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een kleine tot middelgrote frankolijn van circa 29�31 cm lengte. Het verenkleed is rijk gekleurd en contrastrijk: de kop heeft een kastanjebruine kruin, een brede witte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De wangen en keel zijn wit, omlijst door een zwarte band die overgaat in de borst. De bovenborst is kastanjebruin met donkere vlekken, de buik vuilwit tot beige met fijne zwarte stippen. Rug en vleugels zijn donkerbruin tot zwartbruin met kastanjebruine en beige schubtekening. De staart is kort, afgerond en bruin met donkere dwarsstrepen. De snavel is stevig, zwart van kleur; de poten zijn oranjerood en voorzien van een kleine spoor, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is duidelijk doffer gekleurd en mist de sterke contrasten van het mannetje. De kop is gelijkmatiger bruin met slechts een vage lichte wenkbrauw en minder uitgesproken oogstreep. De keel is vuilwit zonder scherpe zwarte aflijning, de borst bruin met fijne lichte schubjes en de buik meer egaal beige. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten oranjerood maar slanker en zonder spoor, en de iris bruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en egaler bruin, zonder de kenmerkende koptekening van volwassen vogels. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige met fijne donkere stipjes, de rug donkerder bruin met zwakke lichte vlekken. De snavel is grijsbruin, de poten vleeskleurig tot bleek oranje en de iris zeer donker. Pas later ontwikkelen ze de kastanjebruine borst en contrastrijke koptekening.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met brede donkere lengtestrepen over rug en kop voor camouflage. De onderzijde is lichter geel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het contrastrijke volwassen patroon verschijnt pas na de eerste rui.