Baardtrap

Houbaropsis bengalensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Baardtrap (synoniem: Eupodotis bengalensis) behoort tot het geslacht Houbaropsis binnen de familie van Trappen (Otididae).

Deze vogelsoort is inheems in de Indische subcontinent, Cambodja en Vietnam. Het bevolkt vooral open graslanden met verspreide struiken, vaak in de oevers van rivieren. Het is een vleesetende vogel die zich voedt met insecten, zaden, fruit en bloemen. Gedurende het broedseizoen, vooral tussen maart en mei, is het mannetje opvallend door zijn uitvoerige baltsdans. Buiten het broedseizoen trekken de vogels naar andere gebieden, zoals lage landbouwgronden.

Baardtrap
Bengal Florican
Barttrappe
Outarde du Bengale

Taxonomische indeling

Bird Order
Trappen (Otidiformes)
Bird Family
Trappen (Otididae)
Bird Genus
Houbaropsis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Trappen

Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
  • Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
  • Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
  • Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
  • Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
De man heeft een opvallend contrasterend verenkleed met een zwarte kop en witte nek. De borst is lichtgrijs met subtiele donkere strepen, terwijl de buik wit is. Vleugels zijn bruin met een lichte glans en hebben donkere randen. De rug is donkerbruin met een matte afwerking en lichte vlekken. De snavel is recht en geelachtig met een donkere punt. Poten zijn lang en grijs met een gladde textuur. De iris is helder geel met een dunne, donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterend verenkleed met een bruine kop en nek. De borst en buik zijn lichtbruin met fijne, donkere strepen. Vleugels zijn dofbruin met lichtere randen en een matte uitstraling. De rug is egaal bruin met een subtiele glans. De snavel is korter en lichter van kleur dan die van de man. Poten zijn grijsbruin met een ruwe textuur. De iris is lichtbruin met een onopvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met lichtere strepen op de borst en buik. De kop en nek zijn egaal bruin zonder duidelijke contrasten. Vleugels zijn dofbruin met lichte randen en een matte afwerking. De rug is donkerbruin met een lichte glans en onregelmatige vlekken. De snavel is kort en grijs met een donkere punt. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin met een subtiele oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Ze hebben een donkere streep over de ogen en rug.