Vogel
Canadese gans (atlantische)
Canadese gans (atlantische)
Branta canadensis canadensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Canadese gans (atlantische) (Synoniem: Canadagans) behoort tot het geslacht Branta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze vogel is een subsoort van de Grote Canadese Gans, die oorspronkelijk uit oostelijk Canada komt. Ze zijn te vinden in gebieden met meren, weilanden en moerassen. Deze ganzen zijn niet schuw en broeden gemakkelijk in recreatiegebieden, steden en langs wegen. Ze verkiezen vochtige graslanden en waterrijke gebieden, zoals veenweidegebieden en langs rivieren. Ze zijn invasief in Europa en verdringen soms andere soorten, zoals de Grauwe Gans. De soort is weinig schuw en past zich goed aan aan diverse leefomgevingen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Branta
Ringmaat
Man 20.0 mm Vrouw 20.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Man:
Het mannetje heeft een zwart verenkleed op kop en hals, met een grote, helder witte kinband (gularis-band) die doorloopt over de wangen en onder de keel. De borst is lichtgrijs tot zandbruin, de flanken zijn bruingrijs met fijne bandering en de buik is wit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de slagpennen zwart. De staart is zwart met een witte onderstaart. De snavel is stevig en zwart, de poten zijn zwart en de iris donkerbruin. Deze ondersoort is groot en fors gebouwd in vergelijking met andere vormen.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld moeilijk te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en slanker van bouw, met een kortere hals en kleinere snavel. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van toon dan volwassen vogels. De zwarte kop en hals hebben een bruinige zweem, en de witte kinband is vaak smaller en minder contrastrijk. De borst is donkerder grijs, de flanken bruiner en de rug minder scherp gebandeerd. De snavel is zwartgrijs, de poten vleeskleurig tot donkergrijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geelachtig donsachtig aan de onderzijde met een olijfbruine bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.