Canadese gans (reuzen)

Branta canadensis maxima

Log in om deze soort toe te voegen

De Canadese gans (reuzen) (Synoniem: Grote Canadagans) behoort tot het geslacht Branta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze reuzekanadese gans komt oorspronkelijk uit het midden van Noord-Amerika en is nu wijdverspreid, vooral in het Midwesten. Ze prefereert open graslanden en waterrijke gebieden zoals meren en velden. De gansen zijn vaak in stedelijke gebieden te vinden, zoals parken en golfbanen. Ze zijn herbivoor en voeden zich voornamelijk met grassen en graan. Hoewel ze gedeeltelijk migreren, zijn ze in de koude wintermaanden vaak in groten getale aanwezig in beschutte gebieden.

Canadese gans (reuzen)
Giant Canada Goose
Riesengans
Bernache du Canada g�ante

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Branta

Ringmaat

Man 20.0 mm Vrouw 20.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Man:
Het mannetje heeft een zwarte kop en hals met een grote, helder witte kinband (gularis-band) die de wangen en keel scherp aftekent. De borst is lichtbruin tot zandkleurig, de flanken zijn grijzer met fijne bandering, en de buik is wit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de slagpennen zwart en de staart zwart met een witte onderstaart. Deze ondersoort is de grootste binnen het complex, met een zeer forse bouw, lange hals en zware snavel. De snavel is zwart en robuust, de poten zijn zwart en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld kleiner en slanker. De hals is korter en de snavel fijner van bouw. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur dan volwassen vogels. De zwarte kop en hals hebben vaak een bruinige waas, en de witte kinband is smaller en minder scherp begrensd. De borst is donkerder grijsbruin, de flanken egaler en de rug minder contrastrijk gebandeerd. De snavel is zwartgrijs, de poten zijn vleeskleurig tot donkergrijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn geel donsachtig aan de onderzijde met een olijfbruine bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.