Vogel
Cuba fluiteend
Cuba fluiteend
Dendrocygna arborea
Log in om deze soort toe te voegenDe Cuba fluiteend (Synoniem: Cuba boomeend) behoort tot het geslacht Dendrocygna binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
De West-Indische fluiteend is een opvallende, middelgrote eendensoort die vooral voorkomt in de Caribische regio, met name op de Bahama�s, Cuba, de Kaaimaneilanden en Antigua. Deze vogels leven voornamelijk in moerassen, mangroves en draslanden in zowel zoet als brak water. Overdag schuilen ze vaak in dichte vegetatie, terwijl ze vooral �s nachts actief zijn, wat waarnemen in het wild bemoeilijkt. De soort laat zich herkennen aan zijn donkere verenkleed met witgemarkeerde onderzijden, zijn lange zwarte snavel en de karakteristieke, luidruchtige roep. Hoewel ze soms lokaal worden gehouden, staat de vogel op de internationale Rode Lijst als �gevoelig� door habitatverlies en jacht.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Dendrocygna
Ringmaat
Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden.
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II.
Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt.
In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
- De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
- Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
- Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkerbruin tot zwartbruin verenkleed. De kop en nek zijn donkerbruin, terwijl de borst en flanken lichter bruin zijn met fijne, lichtere schubtekeningen. De buik is vuilwit. Op de vleugels is een contrasterende, kastanjebruine band zichtbaar. De snavel is lang, grijszwart en licht gebogen; de poten zijn donkergrijs. De iris is opvallend rood. Deze soort heeft een relatief lange nek en poten, wat kenmerkend is voor fluiteenden.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk te onderscheiden in het veld. Ze is gemiddeld iets kleiner en lichter van bouw. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en egaler bruin, met minder contrastrijke tekening op borst en flanken. De kastanjebruine vleugelvlek is minder uitgesproken. De snavel is grijzer van toon, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donkerbruin in plaats van rood.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde, met een geelachtig tot vuilwitte onderzijde. Ze hebben lichtere vlekken op de wangen en een lichte oogstreep. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.